donderdag 16 januari 2014

Postdief

Het was ons al een paar keer opgevallen.

's Morgens laat ik mijn hond altijd uit en gluur dan op de heenweg in de brievenbus.
Ik vergeet, standaard, altijd het sleuteltje mee te nemen met als resultaat dat ik op de terugweg op mijn tenen moet staan en mijn hand door de gleuf moet persen. Tong uit de mond en opperste concentratie.
Het ijzer maakt striemen op mijn hand en soms haal ik mijn hand er zelfs aan open. De kunst is om dan alle enveloppen en pakjes eruit te vissen.
In het begin (toen niemand mij nog kende) werd ik soms raar aangekeken alsof ik post zat te jatten.
Inmiddels zijn ze het hier wel gewend.

Echter had ik al twee keer gehad dat ik in de brievenbus had gekeken en wat erin had zien liggen. Op de terugweg mijn vrijwel dagelijkse routine vergeten, om een uur later de routine alsnog te herhalen en er achterkomen dat er ineens geen post meer in de brievenbus zit.
Je twijfelt aan jezelf of je wel goed had gekeken (ja, natuurlijk) en gaat navragen bij je medebewoners. Allen wisten van niets en er zou dus een heuse postdief in ons dorp wonen.

Bonjourrr is onze postbode. Zo heet hij natuurlijk niet maar aangezien wij namen snel vergeten en bijnamen niet, hebben wij voor deze gekozen. Waarom? Omdat hij altijd bonjour zegt met een aantal r'en eraan geplakt. Hij levert altijd onze post en pakketjes. Is nieuwsgierig wanneer er iets groots bij zit.
'Is dat voor je paarden?' 'Nee het is een gitaar, ik ga een hopeloze poging wagen mijn muzikale talenten te uiten'. 'Hoe weet u dat ik paarden heb?' 'Ik rijd er langs als ik naar huis rijd en zag je een keer in de wei'. Ah.
Regelmatig maakt hij een gitaarspelende beweging als hij mij ziet. Dan haal ik nog altijd mijn schouders op en schudt 'nee'. Met andere woorden: ik speel nog altijd geen gitaar en het ding staat te verstoffen. Maar op een dag zal ik exact weten wat hij voor me speelt met zijn luchtgitaar. Heus.

Postbode in Frankrijk zijn is geen gemakkelijke baan.
Je speelt voor psycholoog en voor drankmaatje. Meer dan eens was onze vorige postbode die we hadden toen we eerder in Frankrijk woonden behoorlijk aangeschoten.
Bonjourrr moet vaak midden op de weg stilstaan om zijn raampje open te draaien en wat mensen te kussen en de hand te geven.
Er zijn hier in de meeste plaatsen geen huisnummers dus ze moeten precies weten wie waar woont. En dat lijkt me moeilijk om dat allemaal te onthouden.

Inmiddels weet onze postbode dat wanneer de straatnaam weer eens verkeerd is geschreven het van Hollanders voor de Hollanders is.
Wij zijn grote Ebay liefhebbers en ik zie Bonjourrr altijd kijken wanneer hij weer eens wat in vuilniszakjes verpakte pakketjes uit China bij ons door de brievenbus gooit.

Van de week was het weer zover. Ik liet de hond uit en mijn moeder had in de bus gekeken, er lagen een aantal brieven in. Op de terugweg, verdwenen!
Ik had daardoor geen al te best humeur en begon te denken wie onze post had gejat.
Gezien onze buren onze aller- aller- allerbeste vrienden zijn begin je al snel aan hen te denken. Deze gedachte kon ik alweer snel in de prullenbak gooien gezien hun handen net zo groot zijn als onze hele brievenbus. De brievenbus bungelde immers niet als een sieraad aan mijn volumineuze buurvrouw dus zij kon het nooit gedaan hebben.
Plots kwam de moeder van mijn lieftallige buurman naar buiten. Ik vertelde haar het verhaal en ze was geschokt. 'Dan moet je aan Bonjourrr vragen of hij voortaan de post persoonlijk komt afgeven, doet hij bij ons ook'. Ze was uiterst verbaasd en vond dat de postdief wel lef had om het overdag te stelen.

Mijn moeder en ik bedachten een plan.
De volgende dag zou ik boven voor het raam gaan zitten en zij beneden. Met stampsignalen van boven zou ik waarschuwen als ik de verdachte zou zien. Mijn moeder zou op de deur afvliegen hem opengooien en er bovenop duiken. Ik zag al beelden voor me dat ik het klimtouw dat ik nog van de flat heb (daar voor als er brand uitbrak wij over het balkon konden klimmen en de katten en hond naar beneden konden loodsen) over het krakkemikkige balkon zou gooien. Ik zou naar beneden abseilen als een heuse commando om vervolgens ook op de dief te duiken. Misschien dat het balkon van het huis zou worden losgerukt maar beter dat dan dat die vreselijke kerel (of vrouw) onze post zou jatten.
Maar we moesten oppassen, regelmatig stoppen oudjes voor ons huis bij de brievenbus om even op het muurtje te rusten, dat we dan niet daar bovenop zouden duiken. Al zouden wij misschien wel op die manier hun bochel eruit drukken, het is toch niet de bedoeling.
Ja dat was het plan.
De hele ochtend waren we opgefokt en we zouden diegene eens een flink lesje laten leren.
Strijdlustig waren we.

De jongens kwamen terug tussen de middag van de bouwmarkt. Wij nog altijd opgefokt en vol adrenaline.
Komen ze binnen en zeggen na al hun aankopen neer te hebben gelegd: 'O, wij hadden de post nog leeggehaald toen jullie weg waren met de hond en er zat nog een brief van de gemeente tussen voor de nieuwjaarsborrel, leuk hè?'.
Dus.



maandag 6 januari 2014

Tijdbom

Het was een gewoon stel.
Burgerlijk noemen ze dat geloof ik.
Elk jaar op vakantie, altijd met dezelfde Alpen Kreuzer vouwwagen. Beiden waren ze dol op dat ding. Wel altijd op vakantie in eigen land. Frankrijk had volgens hen alles wat je maar kan wensen.
Waarom moeilijk doen met de taal als het ook makkelijk kan? Iets wat Fransen wel vaker denken.

Ze was eind zestig toen het noodlot toesloeg.
Een koude oktobernacht was het, ze werd rond drie uur wakker en voelde zich niet lekker. Ze knipte het bedlampje aan en graaide slaapdronken op het nachtkastje zoekende naar haar bril. Ze maakte haar man, Luc, wakker. Ze vertelde hem dat ze zich niet zo lekker voelde en dat ze beneden even wat water ging drinken. Hij knorde wat terug.
Langzaam liep ze naar beneden en ergerde zich aan de ladder die al jaren vervangen zou worden door een vaste trap. Luc had al meerdere malen beloofd de trap te vervangen, dat riep hij al toen ze beiden achterin de vijftig waren. Inmiddels beiden tien jaar rijker en beiden wat kraakbeen armer.
Met trillende benen klom ze voorzichtig de laatste treden naar beneden en liep richting keuken.
Luc schrok plots wakker van een doffe klap.
Hij wreef in zijn ogen en merkte op dat zijn vrouw niet meer naast hem lag.
Hij stapte uit bed en trok zijn pantoffels aan, klom voorzichtig de ladder af en liep richting keuken.
En daar lag ze. Naast het kookeiland. Bewegingsloos.
Hij knielde naast haar neer en schudde haar levenloze lichaam heen en weer.
Geen reactie.
Vlug pakte hij de telefoon en belde de ambulance. Met trillende stem meldde hij zijn adres en legde hij de situatie uit.
Maar in Frankrijk zijn de afstanden groot en hij wist; als hij nu niet iets zelf zou proberen zou het hoe dan ook te laat zijn.
Geen ervaring hebbende, begon hij een poging te wagen haar te reanimeren. Als een bezetene drukte hij op haar borst, probeerde mond op mond beademing. Na vijf minuten gebeurde er nog altijd niets en hij raakte in paniek. Hij ging bovenop haar zitten en pakte haar schouders beet en schudde haar krachtig door elkaar.
Wanhoop. Pure wanhoop.
Geen reactie.

Na een half uur kwamen de ambulancebroeders binnen en troffen het levenloze lichaam aan van de vrouw en een man die helemaal de weg kwijt was. Hij zat in elkaar gezakt naast het lichaam van zijn vrouw en hield haar hand vast. De broeders voelden haar pols, keken elkaar aan en schudde hun hoofd horizontaal heen en weer. Alles ging aan hem voorbij. Hij werd op een stoel gezet met een deken. Kreeg een glas water en mensen praatten tegen hem, wat en wie, dat wist hij niet meer. Hij werd naar een andere kamer gebracht maar schuivelde ongemerkt terug naar de keuken terwijl mensen bezig waren met het lichaam.
Een brancard, zijn vrouw erop.
Haar arm viel langs de brancard en een man pakte hem op en legde hem terug op haar buik. Een witte hoes met rits werd om haar heen getrokken en ze werd weggereden, langs hem.
Zijn vrouw. Slechts nog een omhulsel in een tweede, wit plastic omhulsel.
De ongelijke vloer deed het lichaam schudden en hij hoorde de zak ritselen.
'Désolé monsieur' is het enige zinnetje wat hij zich nog kon herinneren van de waarschijnlijk vele woorden die werden uitgesproken die nacht.

De begrafenis volgde.
Kinderen hadden ze niet.
Vrienden steunden hem waar ze konden maar het ging steeds slechter met Luc.
Hij voelde zich verloren en begreep er niets van.
Waar hij vroeger zo vol was van passie en liefde, voelde hij zich nu leeg en vulde deze leegte op met alcohol.
Het ging bergafwaarts. Hij stootte mensen af en sloot zichzelf op. Vrienden vonden het te moeilijk en raakte hij kwijt. Hij maakte niet meer schoon en begon allerlei dingen te verzamelen.
Vroeger heeft hij geschiedenisles gegeven en was altijd gefascineerd geweest door oude voertuigen en wapens. Het terrein begon steeds voller te raken met autowrakken, oud ijzer, jerrycans, lege flessen en banden.
Van een geliefd man veranderde hij naar de dorpsgek.
Mensen zagen hem alleen in zijn eigen tuin en een enkele keer ging hij naar de dorpswinkel voor drank en wat eten. Voor de rest zat hij waarschijnlijk alleen binnen, in de bergen afval.Gras was nog amper te zien en de voorheen prachtig aangelegde tuin was een vuilnisbelt geworden. Het prieeltje dat zijn vrouw zo mooi vond was inmiddels verroest en er hing gescheurd landbouwplastic overheen.
De verhalen over Luc werden steeds groter evenals zijn 'puinhoop'.

Mensen werden bang van hem. Hij dreigde wel eens met een jachtgeweer in de ene hand en een fles ricard in de andere.
Stond hij in zijn tuin te schreeuwen naar niets of niemand.
Hij dreigde op een gegeven moment explosieven te hebben en het hele dorp op te blazen. Hij had genoeg van iedereen en alle leugens. Politie werd niet ingeschakeld omdat het altijd bij loze bedreigingen bleef en iedereen hem niet nog meer op de kast wilde jagen. Hij had immers al genoeg meegemaakt en het laatste wat ze wilden was een zeventiger de gevangenis in sturen. Iedereen was 'fou' volgens hem. Hij besefte helaas niet dat hij zelf iedereen had afgestoten en anderen beseften niet dat ze hem meer hulp hadden moeten bieden.
Waar het moeilijk werd namen mensen al snel de benen en kozen voor de makkelijke weg. Maar die weg hoeft niet altijd de beste te zijn. Zo liet deze situatie zien.

Luc kwam na een aantal weken plots verdwenen te zijn net zo plotseling weer thuis met een kunstbeen. Hoe en wat er was gebeurd wist niemand.
Zo kreupelde hij nog jaren met een zwarte wandelstok door de tuin, hij had inmiddels geen tand meer in de mond en was vrijwel onverstaanbaar.
Soms lag hij buiten te slapen bij een autowrak met een fles drank naast hem.
Mensen keken hem na en als hij hen aankeek keken zij weer weg.
Hij verbitterde steeds meer en zat gevangen in zijn eigen gedachten, in zijn eigen lichaam en in zijn eigen puinhoop.

Een erg koude decembernacht werd Luc wakker. Zijn hoofd tolde en hij had enorme hoofdpijn. Hij kwam van zijn smerige matras en er vielen blikjes en vuile was op de grond van het bed. Op kunst- en blote voet schuifelde hij richting het gat in de vloer. Door een doolhof van kranten, flessen, lege verpakkingen en etensresten.
Hij wilde even wat water drinken en een aspirine innemen en zette zijn voet op de eerste trede van de nog altijd niet vervangen ladder. Verslapt en nog half dronken viel hij achterover en bleef met zijn voeten haken achter een trede waardoor zijn kunstbeen van zijn lijf slingerde en met een klap op de grond viel.
Hij hoorde een keiharde knak en voelde een enorme scheut door zijn lijf en hij wist; enkel gebroken. Hij schreeuwde het uit en donderde naar beneden. En daar lag hij.
Hij kon geen kant op, zijn kunstbeen kon hij niet bereiken en hij had vreselijke pijn.

Vele weken later werd hij pas gevonden.
De buren vonden dat het nogal stonk als ze voorbij zijn huis liepen en waren bang dat hij weer eens met chemicaliën bezig was. Voor de zekerheid stuurde ze er toch even een politieman op af om een kijkje te nemen wat hij allemaal aan het doen was. Dorpbewoners zelf durfden niet meer op zijn erf te komen gezien zijn wispelturige gedrag en zijn dreigingen met explosieven.
Binnen trof de politieagent een ontbindend lichaam aan onder de trap.
Het zou een langzame dood zijn geweest. Uitdroging, verhongering, zelfbevuiling en niet te vergeten in de koudste maanden van het jaar.

Het huis heeft jaren te koop gestaan. Alle rotzooi is gebleven waar het was. Vrijwel nooit een kijker.
Was er een kijker dan werd hij door de buurtbewoners ingelicht dat de geest van de 'gek' er nog wel eens zou kunnen zitten en dat er explosieven in het huis zouden zijn. Geen kijker die daar ooit naar binnen ging.

Tot er op een dag een stel kwam kijken die van de makelaar gerust alleen een kijkje mochten nemen (sleutels waren er niet meer en de boel stond gewoon open of was vergaan).
Ze zagen mogelijkheden en hadden weinig geld. Gezien het huis onverkoopbaar leek is het aan dit jonge stel verkocht voor acht duizend euro. Ze waren helemaal gelukkig en begonnen met puin ruimen.
Weken later en zeven containers met afval verder hadden ze bijna alle rotzooi opgeruimd. Buiten was bijna alles weg en binnen deden ze de laatste kamer.
Plots ontdekte ze een deur.
Met grof geweld werd deze opengemaakt en beneden bleek nog een volledige kelder te zijn. Vol met dozen. Velen leeg, maar in een aantal troffen ze vrouwen kleding aan, boeken en foto's. Van Luc en zijn vrouw.
Ze belden de makelaar en die had geen idee dat er een kelder onder zat. Een aangename verrassing voor het jonge stel.
Na ook die spullen, die ooit van onschatbare waarde waren geweest voor de vorige bewoners en nu werden gezien als rommel, te hebben weggegooid was het huis leeg.

Met de nieuwjaarsborrel maakte het stel kennis met de buurtbewoners en kregen alle verhalen te horen. Ze schrokken ervan maar waren blij dat ze het niet wisten.

Explosieven zijn nooit gevonden. En het stel begon langzaam het huisje eigen te maken.
Op een gegeven moment wilden ze de tuin onder handen nemen, er moest immers nieuw gras worden gezaaid na al het puin wat het kapot had gemaakt en ze wilden graag een moestuin aanleggen.
Het was een flinke tuin en alles was door de natuur overgenomen. Bosjes waren enorm dicht begroeid.
Tijdens het snoeien kwam het stel plots iets tegen. Zwart landbouwplastic met een paar bakstenen erop. Er zat iets groots en rechthoekigs onder.
'Nou die gek heeft klaarblijkelijk nog één laatste verrassing voor ons achtergelaten' was de reactie van de jongeman.
Ze knipten de doorns en takken weg en trokken het zeil eraf.
En troffen aan: de Alpen Kreuzer vouwwagen.