zaterdag 14 december 2013

Wat voor kerstboom type ben jij?

Inmiddels hebben al velen de kerstboom weer opgetuigd.
Maar heb je je wel eens afgevraagd wat de kerstboom over jou zegt? Of nee, eigenlijk wat de versiering over jou zegt?
Ik vond het wel interessant en ben eens op onderzoek uitgegaan.
Ieder jaar worden hier in de gemeente overal kleine nordmannetjes geplaatst, ook voor ons hek.
Vorig jaar vroegen we ons nog af wat we ermee moesten en hebben we wat langer gewacht en goed naar alle buren gekeken wat die met die boom gingen doen. Dit jaar wisten we natuurlijk al wat er van ons verwacht werd en hebben we hem zo snel mogelijk versierd.
Jamie vind het ook allemaal geweldig, tijdens onze dagelijkse wandeling samen kan die het niet laten om alle bomen tot zijn eigendom te markeren. Eerder dat ik het door heb is het al te laat.
Ik had maar niet tegen mijn vader gezegd dat de hond onze, toen nog onversierde, boom ook al had onder gesproeid. De boom moest namelijk verplaatst worden en ik zag mijn vader al op de bewuste plek graaien om de touwtjes door te knippen.

Eigenlijk is zo'n kerstboom afzichtelijk. Wat een rommel hangen we erin en het slaat echt helemaal nergens op. We geven een kapitaal uit aan alle rotzooi voor drie weken en vervolgens wordt het gros van de bomen verbrand. Ieder jaar is het weer afwachten of ik jankend met mijn kerstlichtjes over mij heen gedrapeerd op de grond ga zitten omdat het telkens in de knoop gaat, of nog veel erger, het hangt en dan ineens doen ze het niet meer. Mijn moeder is al een aantal jaren vervloekt. Elk jaar nieuwe lampen, elk jaar kapotte lampen en een half donkere kerstboom. Ik zit altijd onder de uitslag van die rotboom en mijn standaard met ducktape is al jaren kapot en lekt water. Ik vertik het om voor die paar weken een nieuwe standaard te kopen met als gevolg dat ook dit jaar de boom met touwen aan de gordijnhaken hangt (maar je ziet er niets van hoor).
Maar.. ik kan je vertellen dit jaar hing bij mij alles er zo in en ik had niet eens uitslag. Ik was helemaal in mijn nopjes en niet hysterisch en chagrijnig als voorgaande jaren.
Mijn moeder daarentegen heb ik door het plafond horen schelden en tieren en de kerst cd mocht ook niet meer op, nee zij had weer last van de kerstlampjes-die-net-als-je-klaar-bent-uitgaan vloek.
Ik kom naar beneden en zeg: 'Nou mam, ik ben gewoon al helemaal klaar! Voor het eerst heb ik er lol in gehad hoe vindt je dat? O, ik zie dat het bij jou weer niet wil?' Met een rood hoofd en een nijdige blik kijkt ze naar me: 'Ik gooi dat ding uit het raam, ben er helemaal klaar mee, weer die *piep* lampen kapot ik word er niet goed van!'.
Gezien de temperatuur buiten heeft ze daar maar even van geprofiteerd om af te koelen.

Op een gegeven moment werkten de lampjes weer en was de boom eindelijk versierd. Onze takken hingen ook weer vrolijk in het raam. Die van mijn moeder veel romantischer en correcter dan die van mij. Waar nu beneden een Charles Dickens sfeer heerst, is het boven één grote kermisattractie. Om mijn tak hangen zoals gewoonlijk fel oranje lampjes en er bungelen uiltjes aan. Mijn kitsch uiltje waar ik vorige week over heb verteld heeft ook een leuk uitkijkpunt gekregen op de tak.
Kijkend naar mijn boom en naar die van mijn moeder zag ik duidelijk dat ons karakter erin terugkwam. Ik ben eens naar buiten gegaan om in de buurt te neuzen naar bomen en hoe die versierd waren en wat voor mensen daarbij horen.
Hieronder vind je een lijst met mijn ontdekkingen, veel plezier met het ontdekken wat voor kerstboom type jij bent!

HET KRENTENBOOM TYPE:
Een typische krentenboom

Herkenningspunten:
- Elk jaar hangt er meer in de boom
- Plastic versieringen (soms ook een nepboom!)
- Door alle versieringen erg druk en vol

Karaktereigenschappen:
Het krentenboom typje is zuinig. Heeft hij eenmaal iets gekocht dan gebruikt hij dat elk jaar weer. Als hij er iets bijkoopt moet ook dat weer in de boom. Niets blijft in de doos, dat is immers zonde. Hij is zuinig op zijn spullen/vriendschappen en verspilt niet snel. Hij laat zaken niet makkelijk los. Hij is creatief en dromerig.






HET KLASSIEKE BOOM TYPE:
Een echte klassieke boom

Herkenningspunten:
- Netjes op orde
- Niet teveel poespas

Karaktereigenschappen:
Het klassieke boom type is stabiel, zonder al teveel pieken en dalen. Hij is nuchter en houdt niet van opsmuk. Hij kan wel wat saai zijn, aangezien hij graag stabiel blijft gaat hij ruzies uit de weg en extreme situaties. Een survivaltrip of bungeejumpen zit er voor dit aardse typje dan ook niet in.








HET PERFECTIONISTISCHE BOOM TYPE:
Perfecte op elkaar afgestemde boompjes

Herkenningspunten:
- Perfect de kleuren op elkaar afgestemd
- Netjes verdeeld

Karaktereigenschappen:
Het perfectionistische boom type houdt van orde. Het is de perfecte medewerker. Ze willen alles tot in de puntjes geregeld hebben. Ze zijn trouw en verzorgen graag. Alleen al dat perfectionisme kan voor henzelf erg vermoeiend zijn. Spontaniteit zit er bij dit typje niet echt in.






HET IK BEN LUI-DIK-LELIJK BOOM TYPE:
Een lelijke boom

Herkenningspunten:
- Het ziet er niet uit
- Je kan duidelijk zien: 'ik heb hier geen zin in'
- Te lui om de onderkant te versieren oftewel te lui om te bukken
- Bij elkaar geraapt zooitje

Karaktereigenschappen:
Het ik ben lui-dik-lelijk boom type is zoals de titel al doet vermoeden over het algemeen lui, dik en lelijk. Daarbij ook nog eens strontvervelend. Dit soort mensen zijn de slechtste werknemers en kun je beter nooit aannemen. Ze voegen niet veel toe en zijn erg egocentrisch. Ze kunnen ook nog eens gevaarlijk zijn of aan ernstige psychische afwijkingen lijden.

Ik denk dat ik niet hoef te vertellen bij wie ik deze kerstboom heb gezien.


HET MET DE FRANSE SLAG BOOM TYPE:
Franse slag werk
Herkenningspunten:
- Binnen tien seconden versierd
- Het is er letterlijk ingekwakt
- Geen logica

Karaktereigenschappen:
Het met de Franse slag boom type is een levensgenieter. Alles op z'n tijd. Staat gemakkelijk in het leven en is geen ruziemaker. Je kan ontzettend met ze lachen maar er echt op bouwen is lastig. Afspraken komen ze moeilijk na.








HET CHARLES DICKENS BOOM TYPE:
Een Charles-ouderwets-Dickens boom

Herkenningspunten:
- Veel glazen decoraties
- Ouderwetse uitstraling
- Mooie verdeling

Karaktereigenschappen:
Het Charles Dickens boom type houdt van gezelligheid. Is graag samen met familie en vrienden. Aan tafel eten vinden ze belangrijk en een knapperend openhaardje maakt voor hen een huis een thuis . Houdt van nostalgie maar leeft daarom nog wel eens wat teveel in het verleden.






HET IK DOE NIET AAN KERST BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Heeft geen kerstboom
- Houdt niet van kerst

Karaktereigenschappen:
(geldt niet als het om geloofsovertuiging gaat uiteraard)
Het ik doe niet aan kerst boom type is een beetje knorrig. Hij is graag alleen en wordt graag met rust gelaten.
Zij kunnen goed zelfstandig werken maar hebben ook wel eens zelfmedelijden. Een flinke knuffel of kietelbeurt zou hem in kerstsferen kunnen brengen.
                             

Er zullen vast nog andere types zijn (twijfel niet om een reactie achter te laten met nog een type die jij kent of misschien wel bent!).
Maar met deze lijst kun je mooi checken met wat voor mensen je te maken hebt deze kerst.
Bekijk dit jaar je boom eens anders en zie het als een weerspiegeling van je eigen karakter.
Kan best eens interessant zijn. Veel plezier deze kerst en succes met analyseren!

Hartelijke kerstgroeten,
Een overduidelijk krentenboom typje.


dinsdag 3 december 2013

Een enorme indruk

Zeventienduizend mensen.
Zeventienduizend mensen die allemaal voor hetzelfde komen.
Zeventienduizend mensen op een kluitje.
En ik stond ertussen.

Het was koud en klam in het zomerhuisje. Nu weet je ook waarom ze zoiets een zomerhuisje noemen. Desalniettemin is het één van de schattigste en meest knusse huisjes die ik ken. Ik kom er al sinds dat ik klein ben en ik hou ervan. Zo'n familiehuisje is een stukje nostalgie en het is een leuk idee dat je (overgroot)ouders daar ook al kwamen lang lang geleden.
Als het eenmaal warm is en je zit met een kop koffie op de bank naar buiten te gluren (en je ziet een eekhoorn, vogels en geen enkel mens) dan is dat genieten. Een douwe egberts-reclame momentje of unox.. die hebben ook altijd van die 'gezellige' reclames.

Door de kou hadden mijn moeder en ik wel zin in kerstsfeer. We zijn die maandag naar een heel groot tuincentrum geweest in de buurt van ons vakantiehuisje. Een tuincentrum met een parkeerterrein dat doet vermoeden dat het een pretpark is. Enorme aantallen Duitsers en Nederlanders die allemaal plantjes, kerstmannetjes met té irritante kerstliedjes en verlichting komen kopen.
Ik hou ervan. Dacht ik.
Eenmaal binnen kwamen 'oh the weather outside is frightful' en 'ho, ho, ho's' ons al tegemoet. Leuk voor twee minuten maar als je die hele winkel door bent (en da's een eind hoor) en je hoort iedere vierkante meter die deuntjes heb je zin om zo'n kerstman bij zijn baard te grijpen en hem eens flink in elkaar te beuken. Maar ja, dan moet je weer een schadevergoeding betalen en die geef ik liever uit aan een overheerlijk saucijzenbroodje in de snackhoek. In zo'n snackhoek heb je ook altijd een ballenbak, waar je dan je onkruid (de kinderen) neer kan planten zodat je zelf ongestoord verder kan snuffelen.
Onkruid kan erg leuk zijn maar het moet niet teveel woekeren. Gelukkig waren er die dag niet zoveel mensen dus ook niet veel onkruid. We konden mooi ongestoord ons saucijzenbroodje en aardbeiengebakje opeten om vervolgens onze tocht der kerstspullen voort te zetten.

Ik kocht een enorm fout schilderij, met LED-lichtjes erachter. Te leuk om te laten liggen. Kitsch kan erg leuk zijn, zeker met kerst.
Ik wilde ook graag een uiltje, dat wilde ik al heel erg lang voor op een tak in het raam (incluis foute fel oranje kerstlampjes, voor wie het is ontgaan, oranje is immers mijn lievelingskleur). Ik zocht en ik vond. Een prachtig wanstaltig uiltje compleet met plastic snavel en glazen oogjes. Na al het gejengel, getingel en geflikker liepen we voldaan de winkel uit. Het gevolg was dat we door alle indrukken (de grootste indruk hier is altijd de buurvrouw in haar kanariegele fleecetrui) helemaal gesloopt waren.
Ik viel zowat om van de moeheid en de eindeloze hohoho's die nog door mijn hoofd spookten.
En het was pas twaalf uur 's middags.

Die maandag was echt mijn dag. Dé reden dat we naar Nederland zijn gegaan.
Voor ongeveer twee uurtjes zijn we speciaal naar Nederland afgereisd.
Voor iets waar ik al sinds mijn veertiende groot fan van ben.
Het is de meest gehate band van de wereld; Nickelback.
In September was ik al naar ze toegeweest toen ze speelden in de Heineken Music Hall. Dit keer zouden ze optreden in het Ziggo Dome, Amsterdam. Samen met mijn broer en schoonzus ging ik er 's middags heen.
Het was koud, snijdende wind. Na wat uurtjes rijden kwamen we aan in Amsterdam. Die drukte vind ik eigenlijk maar niets. We parkeerden de auto en moesten nog een eindje lopen naar de Dome. Opeens zagen we honderden, nee, duizenden mensen als mieren bij elkaar staan, rijen dik. En dat allemaal voor het concert waar wij ook naartoe zouden gaan. Ik kreeg het er al benauwd van toen ik ernaar keek. We besloten om maar eerst een kroketje te halen en later terug te komen. We gingen een warme, benauwde patatkraam in en kwamen eruit met frikandellen speciaal en broodjes kroket. Gevolg was dat je hele gezicht begon te tintelen door het grote temperatuursverschil. Na lekker rustig te hebben gegeten besloten we maar weer eens een kijkje te gaan nemen bij al die mensen die al uren in de rij stonden.

Tot onze grote verbazing was iedereen al naar binnen en konden we zo doorlopen. Wij wilden toch achteraan staan.
We kochten veel te dure muntjes (biertje was iets van zes euro dertig) en genoten van het geweldige optreden.  Zeventienduizend mensen in zo'n zaal gepropt en dat voor
een handjevol mensen die op het podium staan. Maar die mensen hebben teksten geschreven, nummers gespeeld die wat betekenen voor het merendeel van al die mensen. Zo ook voor mij.
Ik draai bepaalde nummers van hen als ik kwaad ben om me lekker op uit te leven, als ik vrolijk ben om me nog hysterischer te maken en als ik down ben en alleen wil zijn om toch een soort arm om me heen te voelen. En het is toch anders dan wanneer je ze op je radio hoort dan dat ze eigenlijk best dicht bij staan en live spelen. Dit ging dieper.
Na afloop kocht ik nog een tourshirt die als S nog steeds een XXL bleek te zijn en dus als slaapshirt gebruikt gaat worden. Poster onder de arm en vrolijk liepen we terug naar de auto.
Eenmaal bij mijn broer thuis doken we na even nakletsen met mijn moeder richting opklapbed.

Zeventienduizend mensen, meer dan twee uur rockmuziek van je lievelingsband en wat hoor je vlak voor je gaat slapen door je oren suizen? Juist, die vreselijke vent met die baard die ik gewoon in elkaar had moeten beuken in plaats van een saucijzenbroodje te kopen. Ho! Ho! Ho!

LED schilderij, hoe kerstig wil je het hebben!

dinsdag 26 november 2013

Nachtelijk avontuurtje

Afgelopen week was ik met mijn moeder een weekje in Nederland.
We hebben een zomerhuisje van onze familie in Twente waar we in kunnen als we in Nederland zijn.
Is wel zo lekker, dat je niet altijd verplicht bent om bij familie en vrienden te logeren. Niet dat dat niet leuk is maar het is ook lekker om even alleen te zijn. Zeker als je in la douce France woont waar alles lekker relaxed is (naja bijna alles dan) en je in het overvolle en drukke Nederland komt.

We zijn 's morgens vertrokken en negen uurtjes, drie plaspauze's, drie cd's van Christophe Maé en een aantal anderen later sta je voor het huisje. De reis ging eigenlijk best goed. Totdat het mistig en donker begon te worden. We zijn allebei zo nachtblind als een paard, ik nog wat erger dan mijn moeder. Zo zie ik een middenberm voor een rotonde aan, een hoop sneeuw voor een dooie kat (tranen sprongen me al in de ogen), een boom voor een zwijn, een rivier voor een weg en de weg voor een rivier. Ik zie de witte strepen niet en als ik een tegenligger heb kan ik niet zien of die op mijn of zijn eigen weghelft rijdt. Aangezien wij aankwamen op de dag van de intocht van Sinterklaas heb ik even een bijpassende zin bedacht. Luister goed naar wat ik zeg, ik met mijn uiterst goede ingebouwde tomtom (ahum) en nachtblindheid, brengen u altijd op weg (het is alleen de vraag welke weg).

Om maar aan te geven hoe erg het is gesteld met mijn nachtblindheid heb ik nog wel een leuk (najah het is maar wat je leuk noemt) verhaal. Ik was ooit met mijn moeder bij een Ladies Event, ik weet het vreselijke titel en zoals verwacht liepen er veel vrouwen, dames en mutsen rond.
Er was een Mini stand en we wilden wel graag een proefrit maken in een Countryman model.
Het was allang donker, maar agh zo erg is het nou ook weer niet, dacht ik.
Een erg leuke jongen ging met ons mee en we reden de bossen in. Toen we op de helft waren (ging allemaal prima) wisselden mijn moeder en ik. Ik zou het laatste stuk rijden over een zandpad.
Ik trapte flink het gas in en vond dat de vering het goed deed. De jongen vond het allemaal leuk omdat, mannen denken nou eenmaal zo, vrouwen vaak truttig rijden. Net toen ik dat beeld wat de man over de vrouw heeft qua autorijden aan het veranderen was, schreeuwde hij het uit: 'REM, REM, REM!'. Uit schrik trapte ik vol de rem in en gooide het stuur naar rechts. De uiterst leuke jongen keek niet meer zo leuk en zat met een bonzend hart en half hyperventilerend naast me. 'Wat doe je?' vroeg hij verschrikt en buiten adem. 'Sorry, ik ben een beetje nachtblind' was mijn nietsvermoedende reactie. Bleek dat ik met negentig kilometer per uur zo een hele drukke weg over wilde stuiven. Ik heb die hele weg niet gezien en kon gelukkig op het laatste nippertje het mooie kontje van de countryman naar rechs gooien. 'Vrouw aan het stuur bloed aan de muur' nee hè toch dat beeld niet kunnen veranderen. Vandaar dat de Mini geen countrywoman heet. De jongen was ergens geschokt anderzijds verscheen er toch een lichte glimlach op zijn gezicht. Maar of dat nou te maken had met dat hij zojuist was ontsnapt aan de dood of dat hij mij aardig vond, geen idee. Ik ga maar uit van dat laatste dat is nog altijd de meest positieve gedachte. Heel voorzichtig parkeerde ik de auto op het terrein en hij stapte snel uit. Ik heb hem maar bedankt voor de leuke en spannende proefrit. De rest van de avond heb ik met een rood hoofd rondgelopen en de mensen bij de mini stand kenden me aan het einde van de avond allemaal. Vast omdat ik zo aardig tegen ze deed!

Goed, mijn moeder reed door de mist en na een tijdje tuffen en ik na tien keer denken dat iets een rotonde was en hielp begeleiden waar we er nou af moesten ('nee dat is een berm, nee dat is een oprit, ja ik denk ook dat dat een afslag is') kwamen we eindelijk aan. Beiden aardig gesloopt, maar de auto was nog heel.
Koud dat het was! Kachel aan, senseo installeren, alle deuren open en straalkacheltjes aan om de klamte uit het huisje te halen.

Niets is lekkerder dan een elektrische deken, dat besef was er vrijwel direct na aankomst.

Wij zijn niet alleen beiden nachtblind, maar ook bang in het donker. Juist omdat we zo slecht zien en daardoor ons gehoor beter zijn best doet.
Wij horen altijd van alles en kunnen elkaar ontzettend bang maken. 'Hé zie ik daar nou wat in de bosjes?' 'Hoorde jij dat ook?' 'Wat was dat?' zijn de standaard vragen die wij elkaar stellen in het donker. Beiden hiervan bewust hebben wij deze vragen niet of nauwelijks aan elkaar gesteld.

Mijn broer houdt van een geintje en aangezien hij niet al te ver weg van dit vakantiehuisje woont hadden we van tevoren ons er al op voorbereid dat hij misschien 's nachts wel eens zou kunnen gaan rondspoken.
Op de ramen tikken, om het huisje lopen (lees: een houten huisje in het bos, absoluut geen vakantiepark ligging) of aan de deurklink rammelen.
We hadden het hem maar vast gezegd dat hij dat niet moest doen, wij zouden hem zonder twijfel neermeppen met een houten krukje, stofzuiger stang of wurgen met een BH. Tsjah, wie niet ziet in het donker gaat ook niet kijken wie het is natuurlijk.
Nou hadden wij het grote voordeel dat mijn broer ook erfelijk is belast.
We zouden hem van verre al aan horen komen omdat hij zou lopen te vloeken als hij tegen een boom aan zou lopen of met zijn hoofd tegen de deur zou knallen.
We hebben geslapen als roosjes.

Volgende week het vervolg op ons bezoek aan Nederland.

Deze sluit ik af met een wijze uitspraak:
Ze zeggen wel eens: 'wat je niet ziet, bestaat ook niet'. Heel gevaarlijk die uitspraak, is mijn ervaring. Nee om er toch maar een positieve draai aan te geven:
'Wil je 's nachts een leuk en spannend avontuur beleven? Dan moet je je naast iemand met nachtblindheid in de auto begeven'

woensdag 13 november 2013

Kastanjes op de Harley

Wat is er ontzettend belangrijk in Frankrijk?

Juist; eten. 
Veel eten. Vaak eten, met elkaar eten.
Eigenlijk iets dat wij Nederlanders niet zo goed kennen.
Ik heb een aantal Franse vrienden en als ik die vertel dat het in Nederland heel gewoon is om tussen de middag een half uurtje pauze te hebben en dan moederziel alleen in de kantine je plastic broodtrommeltje met Snoopy erop open te maken en daar een droge, bruine boterham met kaas uit te halen, kijken ze mij verbijsterd aan.

'Dat is toch geen eten?' krijg ik dan te horen. En ze hebben gelijk. Dat is namelijk vreten. 
Ik weet nog goed dat ik twee jaar in een callcenter heb gewerkt. Dan moest je uitloggen en in je systeem invullen of je met pauze ging, of je naar de wc moest (roken in vele gevallen trouwens) of dat je je klant afhandelde in het systeem (maar dat mocht eigenlijk niet want je moest door, door, door!). Was je ingepland om twaalf uur voor je middagpauze dan werd je tot op de minuut in de gaten gehouden. Dat betekende klokslag twaalf uur je systeem op middagpauze zetten. Moest je naar de kantine lopen (drie minuten verder), je eten opeten (proppen) en weer terug (weer drie munten verder) eigenlijk had ik dus maar vierentwintig minuten om mijn uitgedroogde, geplette (ik heb altijd teveel rotzooi in mijn tas), kleffe bruine boterham naar binnen te werken. Moest ik tot tien uur 's avonds werken dan had ik ook maar een half uur, correctie; vierentwintig minuten, de tijd om mijn huzarenslaatje, kleffe hamburger-uit-de-magnetron-met-plastic-kaas én mijn cup-a-soup naar binnen te werken. Met als resultaat dat ik altijd misselijk was en vreselijk moest boeren. Gelukkig hadden we een mute knop op onze headset dus de klant kreeg er weinig van mee. En dan te bedenken dat de klanten met een overheidsdienst belde, ze moesten eens hebben geweten wat er allemaal achter de telefoon zat. 

Hier hebben ze twee uur de tijd voor hun maaltijd. En die tijd nemen de meesten ook echt. 
Velen eten warme maaltijden en meer dan eens met een alcoholische versnapering erbij. 
Eigenlijk is dat toch veel beter voor je darmen (eh, even de alcohol daarbuiten gelaten)? Je neemt de tijd om te eten, je rust een beetje uit en kan daarna, wanneer de boel goed is gezakt, weer lekker aan de slag. 
Je zit tenminste niet met die steen in je maag of zwaar boerend je werk te doen.
In Nederland eten veel mensen zelfs in hun auto, op de fiets of aan hun desk terwijl ze doorwerken. 
Tijd is geld. 

Brood eten ze hier ook, naderhand, om hun bord mee schoon te maken.
Nou eet ik ook nog steeds brood tussen de middag. Wel veel uitgebreider dan in Nederland. Lekker met kaas, ham en tomaat erop. Snufje peper, zout en een flinke pluk basilicum. 
Daarna nog eentje met zoetigheid. Lekkere fruithagel uit Nederland of chocopasta. 
Ja de broodbakmachine bij ons thuis mag elke dag zijn werk doen. Want van stokbrood raak je op den duur ook aardig verstopt. 

Ik vind het bijzonder hoeveel eet feesten hier zijn. Enkelen van de velen die ik ben tegengekomen zijn onder andere; feest van het stokbrood, feest van de bramen, feest van de kreeft en feest van de kastanje. 
En er komt echt veel volk op af. 
Wij zijn laatst naar het feest van de kastanje geweest en het was filerijden.
In een gehucht waar nooit wat te doen valt waren tientallen kraampjes en heel veel eettentjes. Honderden mensen waren er en de auto's stonden her en der geparkeerd. Logica was er niet. Op den duur was alles zo vol geparkeerd dat de wegen automatisch éénrichtingswegen werden. Mocht iemand het dan toch proberen kon die mooi terug de steile helling op in z'n achteruit.
In Nederland zou dat ondenkbaar zijn. Meerdere feesten meegemaakt en zelfs op het platteland (ja stadsmensen zijn nou eenmaal gehaaster, sorry) waren er irritaties, toeter- en scheldpartijen. 
Hier niets daarvan. Mensen zwaaien en lachen vriendelijk. Er liepen mensen met kinderwagens en die tilde ze gewoon over de auto's heen als ze er niets langs konden. 


Sommigen kwamen weer een bekende tegen en geneerde zich niet de auto maar even stil te zetten, uit te stappen en elkaar even een begroetingskus te geven. Een tafereel dat ik overigens hier praktisch dagelijks zie en wat ik heerlijk vind. En waar ikzelf inmiddels ook al aan meedoe. 

Goed, terug naar de kastanjes.
Tassen en manden vol werden er meegenomen. Er werden dingen bereid met kastanjes en het was een schilderachtig tafereel. Al die kraampjes met op de achtergrond de bergen. Mannen die eruit zien alsof ze bij de meest ruige motorclub zitten (gespierd en onder de tattoo's) en met een roze tasje lopen gevuld met kastanjes en in de andere hand een worst. Ik zie dan al helemaal voor me dat ze op hun Harley naar huis rijden en vervolgens thuiskomen met hun roze tasje. Hun vrouwen wachtend met smart en dat ze samen boven een vuurtje de kastanjes gaan poffen in hun lederen outfit mét zonnebril en kisten. 


Mijn fantasie slaat weer eens op hol en ik krijg daardoor een ingenieus idee.
Misschien zouden we in Nederland ook eens aan echte eet feesten moeten doen. 
Maar dan niet voor kleffe, droge bruine boterhammen of bramen met hondsdolheid. Kreeften zijn ook niet aan mij besteed en kastanjes lust ik niet. 
Nee als ik het voor het zeggen had zou ik voor het Nederlandse volk het feest van de stroopwafel invoeren en voor mijzelf: het feest van de boterhamworst.



maandag 4 november 2013

Meer dan vijftig tinten grijs

Een paar huizen verderop woonde een echtpaar, een echtpaar met duistere, donkere plannen.
Waar niemand wat van af wist. Tot die ene dag...

Het huis ligt pal aan de straat.
Het heeft een gelakte houten deur met een raampje en van dat tralies vlechtwerk ervoor. 
Een gouden knop die inmiddels al zo vaak is gebruikt dat het goud er lichtjes afbladderd en je er een grijze waas doorheen ziet. 
Je komt binnen in een smalle, donkere hal. Op een tafeltje staat een uitgedroogd en uitvallend bloemstuk. 
De muren zijn bekleedt met bloemetjes behang. Bruin uitgeslagen, waarschijnlijk van de potkachel en de vele sigaretten die er zijn gerookt. Op de vloer ligt zalmroze vloerbedekking met slijtageplekken. Je ziet de wit-gele weefsels er dwars doorheen komen. 

Links is de keuken, ouderwets. Zwart witte tegeltjes en een kantine keuken (oftewel simpel en goedkoop en een beetje viezig). Door het woeste groengebloemde behang doet de keuken ontzettend vol aan ondanks dat er maar een klein rond tafeltje in het midden staat en twee stoeltjes, verder staat er helemaal niets. 
De kamer achter de keuken is de slaapkamer. Geel geribbeld behang, groene vloerbedekking en een antiek uitziend eiken bed compleet met wit gehaakte sprei. 

Een kleine lichtroze toilet en een bruine badkamer aangrenzend aan de slaapkamer. Als je van de keuken terug de gang in gaat is aan de overkant het kleine woonkamertje. Een bruin lederen bank die al vele rimpels telt en al aardig is uitgezakt. Een salontafel met een stenen ronde asbak, ha, er werd inderdaad gerookt! Op een klein tafeltje een ouderwetse beeldbuis. Er staat nog een eiken kast in de kamer met crèmekleurig serviesgoed erin. 

Het huis is te koop. 
Uit nieuwsgierigheid en aangezien ik sinds kort in de makelaardij zit besloot ik er eens een kijkje te nemen. 
Muf was het eerste woord dat in mij opkwam toen ik daar naar binnen stapte. 
Toen ik alles had bekeken en door de slaapkamer terugliep zag ik iets onder het bed uitsteken. Een kistje.
Ik ging op mijn knieën zitten op de groene vloerbedekking en keek onder het bed, trok het kistje eronder vandaan. Met mijn hand veegde ik er een laag stof af. 'Mémoires' stond in het mahoniehouten kistje gekerfd. Er zat geen slotje op, alleen een lipje zoals op een sigarenkistje. Jemig kan ik dit wel open maken dacht ik bij mezelf. Najah geen haan die ernaar kraait en ik ben nou eenmaal erg nieuwsgierig. 
Het deksel zat wat vastgeplakt aan de bodem toen ik hem open wilde maken dus ik deed voorzichtig mijn nagels in de richel.

Hij schoot open en ik zag een stapel brieven en een aantal foto's.
Ja hoor, ik ben beland in het privéleven van de voormalige bewoner of bewoonster van dit huis. Het enige dat ik wist was dat er een echtpaar had gewoond en dat het huis met inboedel verkocht moest worden. Niemand die dus dit kistje belangrijk vond. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en pakte een brief. Met een schitterend aan-elkaar-geschreven handschrift las ik de eerste woorden: 'Chère Céline,....'
Ik las verder en de meest prachtige poëtische teksten stonden in de brief. Liefdesverklaringen en stiekeme ontmoetingsplekken. Ik keek eens goed naar de brief en zag dat deze als jaartal 1942 had. 
Ik vond zwart-wit foto's met barstjes erin, hoekjes omgevouwen. Eén van een jonge vrouw, donkergolvend haar en een bleke huid, een lichtgekleurde jurk met roesjes aan de onderkant. Een andere van een jongeman met lichtgekleurd haar stijl achterover gekamd, een ondeugende blik in zijn ogen met een sigaret in zijn mond, geruit overhemd, donkere broek en bretels. 

Ik voelde me er toch wat onprettig bij en pakte de brief die ik had gelezen en pakte de rest van de stapel en wilde de brief achter het elastiekje schuiven om hem bij de andere, waarschijnlijk liefdes-, brieven te voegen. Toen viel er een kettinkje tussen het pak papier uit op de bodem van het kistje. 
Een zilveren ketting met een rond medaillon. Ietwat twijfelend pakte ik de ketting op en zag dat het medaillon open kon. Nagel ertussen en hij viel open. Er zat een klein fotootje aan de linkerkant, overduidelijk de twee mensen die ik eerder op de andere foto's had gezien. Aan de andere kant zat een foto van twee handen in elkaar gevouwen. Ik knipte hem dicht en keek op de achterkant, daar stond gegraveerd: 'C & L pour toujours'.
Wauw. Zoiets kan ik toch niet zomaar terugzetten en het risico lopen dat de koper van dit huis het weggooit? Al die mooie brieven, hun liefdesleven, hun verlangens naar elkaar, hun gemis, hun zorgen die ze uitspreken over de oorlog en hun toewijding naar elkaar... dit kan ik niet laten gebeuren.

Ik moest erachter zien te komen wie deze mensen waren. 
Ik fantaseerde al erop los wat een romantische tijd dat moet zijn geweest voor die mensen. Zag beelden voor me met stiekeme ontmoetingen in het bos, handjes vasthouden en dan eindelijk een kus (tegenwoordig worden die eerste zaken eigenlijk allemaal overgeslagen lijkt wel). Plots plofte mijn wolkje uiteen...wie weet waren ze al jaren uit elkaar. Of hadden ze een vechtscheiding achter de rug. En als ik naar hen keek op de fotos leken ze daar al twintigers dus misschien waren ze allang dood. Natuurlijk zijn ze dood anders staat dit huis ook niet te koop.
Een brok in mijn keel. Bah.
Ik liep door het dorp met het kistje terug naar huis. Thuis besloot ik hem in de kast te bewaren en was vastbesloten erachter te komen van wie het was. 
Mochten ze niet meer leven had ik het idee hem te begraven, ik vond het raar om dit aan eventuele kinderen te geven. Misschien stonden er ook wel privé dingen of geheimen in. De eigenaar had het allang overgedragen aan erfgenamen als diegene dat had gewild.

Ik zat bij de kapper en besloot (aangezien een kapper alles weet, althans, dat zeggen ze altijd) te vragen wie er in dat huis hadden gewoond. 'Oh, dat waren Céline en Ludovic' zei de kapper. C&L pour toujours, dus toch! 
'Hij heeft zes maanden geleden zijn heup gebroken en kon niet meer terugkeren naar huis en is in een bejaardentehuis gestopt. Zijn vrouw was licht dementerend en kon daar ook niet alleen blijven, haar zoon heeft zich over haar ontfermd maar die kan dit ook niet langer aan, voor haar zoeken ze nu ook een tehuis'.
'Kunnen ze niet samen dan?'.
'Nee, proberen ze wel maar kans is groot dat dat niet gaat lukken. Waarom wil je dat weten?'
'O, gewoon'.
De kapper vervolgde de roddels over andere buurtgenoten en knipte er driftig op los. 

Ze leven dus nog. 

Na een paar dagen liep ik met de hond weer langs het huis met het te koop bord voor de luiken. 
Ik stond even stil en voelde me al dagen naar na dit verhaal. Twee mensen die al zo lang bij elkaar zijn, die ruk je toch niet uit elkaar op het eind?
Plots stond een buurtgenoot naast me. 'Heb je het al gehoord?' zei hij.
'Wat?'
'Ze zijn weer samen. Ze hebben haar in de kamer naast hem kunnen plaatsen.'
'O, wat fijn voor die mensen' 
Geen idee waarom hij mij dit verhaal vertelde, misschien had hij mijn interesses wel weer gehoord van de kapper en dat hij het daarom maar kwam melden. 
Mijn hart maakte een vreugdedansje. 
Ik vroeg hem in welk tehuis ze verbleven en besloot diezelfde middag het kistje af te leveren.

Na een half uurtje rijden zag ik de witte muren van het bejaardentehuis al in de verte.
Er was zat parkeerruimte en ik had het kistje in een dekentje gepakt. Zulke herinneringen moeten gekoesterd en warm gehouden worden was mijn nogal zoetsappige idee erachter.
Door glazen schuifdeuren kwam ik binnen in een grote hal met gladde, glanzende witte tegels. 
Een vrouw achter de balie keek vriendelijk naar me en knikte.
Ik liep naar haar toe en zei dat ik Ludovic en Céline zocht, ze zouden hier onlangs zijn komen wonen.
Gelukkig vroeg ze niet naar de achternaam (wist ik natuurlijk ook niet) want ze wist direct over wie ik het had.
'Ogh, die twee lastpakken... ja die man is hier een half jaar geleden komen wonen en zij sinds kort. We hebben al heel wat met die oudjes te maken gehad. 91 en 94 maar ze gedragen zich als pubers.' Ze zuchtte, rolde met haar ogen en zei 'Derde verdieping, kamernummers 314 en 315, eh wie bent u eigenlijk?'
'Een ver familielid' zei ik vastberaden.

Ik liep naar de liftdeuren, drukte op het knopje en binnen een paar tellen gingen de deuren open. Tl-balk boven mijn hoofd, een klein bankje (wel zo handig met die oudjes) en een spiegel. Ik keek mezelf aan in de spiegel. Onder mijn arm een dekentje met daarin een liefdesleven dat al meer dan zeventig jaar teruggaat. 
De lichtgevende cijfers boven de deur springen op de drie en de deuren gaan open. Ik stap uit de lift en kijk een lange gang in, rijen tl-balken boven mijn hoofd en er hangen wat kunstwerken aan de muur. Groene vloerbedekking met cirkels erop. Ik kijk naar de bordjes in de lucht en zie staan 300-315 met een pijl naar rechts. Ik sla het gangpad in en er staat een verzorgster aan het einde van het pad. Daar zie ik boven de deur 315 staan. Ze kijkt me aan en lijkt uitgeblust en wil overduidelijk mij vertellen waarom.
'Die oudjes. Ze worden met de jaren ondeugender. Ze mogen niet bij elkaar op de kamer, ik heb het ze al tien keer verteld en al tien keer uit elkaar gehaald overdag. Zaten ze elkaars eten op te eten enzo, dan kunnen wij niets meer controleren, gek wordt je ervan!' ze zucht en ziet er bezweet uit.
'Maar wat ze vannacht geflikt hebben slaat echt alles..' ze kijkt nog uitgebluster.
'Oh ehm nou ik ehm kwam eigenlijk alleen even..' ze onderbreekt me en gaat direct verder waar ze gebleven was.
'Ik moest haar vanmorgen vroeg wassen en ze is dementerend, kom ik in haar kamer is haar bed dus gewoon leeg hè en het was overduidelijk dat er niemand in had gelegen. Haar pyama was weg en haar pantoffels stonden er nog. Ik overal kijken, geen Céline. Ik in alle staten; in het restaurant gezocht, de gymruimte, de koffieruimte, de biljartkamer, bij de bar want ze lust ze graag maar niets hoor. Ik als de dood dat ze ongemerkt de straat op zou zijn gegaan met haar verstrooide hoofd. Komt een andere verzorgster naar mij toe in alle staten. Hoofd van de afdeling erbij en wat denk je?'
'Ja, eh geen idee!' zei ik met allemaal beelden in mijn hoofd van een 94-jarige vrouw in pyama zonder pantoffels met een glas bier in haar hand.
'We gingen terug naar boven en bij 315 gooide mijn collega de deur open. En wat denk je? Liggen ze samen in bed! Lepeltje-lepeltje te snurken met z'n tweeën. Op een matras van tachtig centimeter breed. Ongelofelijk waar ze het lef vandaan haalt. En dacht je dat ik haar bij hem weg kreeg?'
Ik kon mijn lach bijna niet bedwingen en keek haar zo begripvol mogelijk aan al leek het waarschijnlijk meer op dat ik buikkramp had.

Ze keek me aan en slaakte een zucht. 'Tsjah, zo zie je maar hè, je bent gewoon een voetveeg en die oudjes steken de gek met je aan. Vreselijk'. Al mopperend pakt ze een schoonmaakemmer en loopt in snelle korte passen door de gang. 
Ik zag dat de deur van 314 een klein kiertje open stond. Ik besloot het kistje met dekentje snel om de hoek in de kamer te zetten. Ik had al genoeg van hun privéleven gezien.

Ik voelde me blij en opgelucht. Er kwamen beelden in mijn hoofd van twee rimpelige lijfjes in flanellen pyama in een veel te klein bedje. Hij met zijn ondeugende blik kijkend naar haar golvende haren terwijl hij achter haar ligt. En zich nergens wat van aantrekken.
Ja, daar krijgen ze het nog druk mee met die twee. Heerlijk.

Pour toujours; hiervan is geen woord gelogen. 

dinsdag 29 oktober 2013

Hoera! Eén jaar!

22 oktober.
22 oktober waren we hier precies een jaar.
Dat hebben we overleefd. Letterlijk en figuurlijk.

Dit is dan ook post nummer 52. Een jaar lang ben ik elke week al aan het schrijven.
Ik ben er ooit mee begonnen met het idee dat een aantal familieleden ons konden volgen.
Na één advertentie op een site (voor de lol) steeg het lezersaantal behoorlijk en inmiddels heb ik al heel wat volgers over de hele wereld (dank u google analytics).
Het is leuk om te zien dat mensen terugkomen, dat ik via Facebook reacties krijg en zo nu en dan op mijn blog ook, ondanks dat je diegene helemaal niet kent.
Ik kon aan de grafieken merken dat begin van de week altijd een nieuwe post verwacht wordt, ineens steeg het bezoekersaantal weer en dan wist ik: ik moet nu toch echt gaan bedenken waar ik over ga schrijven want er wordt op gewacht.
Niet altijd even gemakkelijk maar wel ontzettend leuk.

De dag dat we hier een jaar woonden, 22 oktober, kregen we een makelaar op bezoek om het huis te taxeren. We kenden hem nog van vroeger, hij zit al lang in het vak.
Aangezien ik nog altijd werk zoek besloot ik de brutale vraag maar gewoon te stellen. Tot mijn grote verbazing was hij enthousiast en diezelfde avond kreeg ik het contract al over de mail. Afgelopen vrijdag mocht ik zelfs al 'stage' lopen en bij de verkoop van een huis aanwezig zijn. Naar de notaris, met veel te groot bureau en enorm accent en na afloop een café in om alles te tekenen.
Mooi begin van het tweede jaar of nee, nog beter, mooie afsluiting van het eerste jaar!

Het afgelopen jaar heb ik best veel meegemaakt en veel geleerd. Hieronder mijn conclusies, tips en alles wat ik verder belangrijk vond van het afgelopen jaar met betrekking tot het wonen en leven in Frankrijk.

- De eerste en meteen mijn beste herinnering: de verhuizing. Doe het niet zoals ons. Planning is het sleutelwoord. Of ik er van geleerd heb? Natuurlijk niet.
- Neem de tijd voor het zoeken van een huis. Bij kopen is het niet een verkeerd idee om in de vochtigste periode te komen (in de zomer lijkt alles mooi) oh en nog beter bel mij dan even; ik help je graag met het vinden van een huis. Wat betreft huren; kies ook hier niet zomaar het eerste huis dat je tegen komt. Je gaat emigreren het is zo belangrijk dat je je ook in een huurhuis thuis voelt. Dat kan bepalen of jij bij dat enorme aantal percentage hoort die na een jaar weer terugkeert naar Nederland!
- Leer de taal!
- Meng je met het volk, zelfs al spreek je nog geen Frans. Een half woord is beter dan die Hollander die met niemand wat te maken wil hebben.
- Kijk tijdens het jachtseizoen uit in het bos. Dat je niet (net als je Franse vrienden) paddenstoelen aan het zoeken bent en dat je zomaar een schot hagel in je donder krijgt.
- Kijk tijdens het jachtseizoen uit buiten het bos. Dat je niet wordt aangereden door een dronken jager in zijn Lada.
- Ik lees mijn blog over buren daarbij sloot ik af met het bekende spreekwoord 'beter een goede buur dan een verre vriend' deze trek ik per direct in. Tsjah, je leert bij hè in zo'n jaar daarom een nieuw spreekwoord: 'beter een verre buur dan een goede vriend'. Het spreekwoord slaat toch al nergens op en dit is logischer. Want een buur kan zomaar vervelend worden en daar kom je niet zomaar vanaf! Die goede vriend kun je nog een keer wegbonjouren zonder dat je daar last van hebt. Dat zal mijn eerste eis zijn bij het kopen van een huis: Buren op zo'n afstand dat ik hun gezicht niet kan zien.
- Wen aan de Franse tijden en laat je soms verrassen. Ik ben er inmiddels een stuk relaxter door en irriteer mij groen en geel aan haastige Nederlanders.
- Bezoek lokale feesten, om te socializen maar vooral om te beseffen dat je mag zijn wie je bent. Of je nou een trainingspak draagt, driedelig pak, een vrolijke snor of een warrige baard onder je armen... iedereen is welkom.
- Mijn conclusie wat betreft het eten: ik vind het nog altijd ranzig dat ze dingen eten die ik normaal aan mijn hond geef.
- Feesten die groots worden aangekondigd kun je beter niet te veel van verwachten, zaken die vrijwel niet worden aangekondigd kunnen daarentegen enorm spectaculair zijn (bezoek dus gewoon beide, zit je altijd goed).
- Hou je van vuurwerk met oud en nieuw? Ga dan niet naar Frankrijk (en zeker niet de Morvan, heb stilte nog nooit zo erg gevonden).
- Wees niet bang voor de Franse zorg. Het ziekenhuis ziet er aan de buitenkant misschien oud uit maar dat zegt niets over de inhoud en het vakmanschap. In sommige situaties snap ik best dat je liever in Nederland behandeld word maar er zijn serieus mensen die voor een blaasontsteking nog liever naar Nederland gaan. Blijf daar dan vooral ook.
- Wees ook niet bang voor andere instanties, ze zijn behulpzamer dan je denkt.
- Hak knopen door, van uitstel komt afstel.
- Ik lees ook wel eens verhalen van anderen; het valt me op hoe vaak de Fransen worden afgebrand. Ik snap niet dat die mensen zich hier dan thuis kunnen voelen en geef één ieder die het met de idiote uitspraak: 'Frankrijk is een mooi land maar er zouden geen Fransen moeten wonen' eens is vooral het advies weg te blijven en op de wc te gaan zitten, dat is immers de enige plek waar je mag zeiken.

Mijn conclusie van het afgelopen jaar is dat Frankrijk een geweldig land is, ik ben gek op de Fransen en in het bijzonder de mensen die hier in de Morvan wonen. Enkele uitzonderingen daargelaten.
Het is mij opgevallen hoe gastvrij ze zijn en hoe makkelijk je contact legt. Dat ligt natuurlijk grotendeels aan jezelf maar toch. Ja, ik blijf voorlopig hier wel rondhangen. Overigens blijf ik ook gewoon doorschrijven.

Ik hoop dat jullie het afgelopen jaar met plezier mijn blog hebben gelezen en ik kan niets beloven maar ik denk dat het aankomende jaar nog vol inspiratie zal zijn, want al lijkt het hier suf en stil, ik maak hier meer mee dan toen ik in de stad woonde in Nederland.

C'est parti!, dat is en blijft de titel van mijn blog maar het eerste jaar sluit ik af met:
Ça continuera!

Mont Beuvray

dinsdag 22 oktober 2013

De grootste psychische stoornis

Ik rijd door de prachtige bergen van de Haute-Savoie.
Water zo blauw, zo helder het is betoverend.
Rijdend over een redelijk drukke weg zie ik telkens bij een bepaalde plek aan de vangrail een bosje bloemen hangen. Die vangrail is nodig want het is een gigantisch ravijn dat erachter schuilt, met een prachtige blauwe rivier helemaal beneden.

Op de één of andere manier was ik erdoor gefascineerd, bloemen zo hangend boven die enorme diepte.
Na een aantal keer erlangs te zijn gereden besloot ik op een dag er vlakbij te stoppen en ernaar toe te lopen. Er was een kapelletje waar ik de auto neer kon zetten, daarna was het een paar honderd meter lopen. Ik, met hoogtevrees, schuifelde voorzichtig richting het bosje bloemen. Handen op de vangrail en ik leunde voorover. Er heerste, ondanks dat de weg ernaast liep, een bepaald soort rust op die plek. Een fijne rust.
Uit het niets stond er ineens een man naast me.
'Bijzondere plek hè?' zei hij zuchtend.
'Ja, zeker, bijzondere plek, ik ben hier op vakantie maar deze plek trekt echt mijn aandacht, ik weet ook niet waarom'.
'Het is de laatste plek waar mijn zoon is geweest'.

Ik besefte dat ik in contact was gekomen met diegene die de bloemen daar had neergehangen.
'Mag ik vragen wat er is gebeurd?' zei ik voorzichtig.
'Natuurlijk, je bent niet voor niets naar deze plek gekomen. Tsjah, wat zal ik zeggen, Sylvain was achttien, hij was in de bloei van zijn leven. Een schat. Hij wilde elektricien worden. Haalde goede cijfers. Eigenlijk alles wat je je maar kan wensen als ouder zijnde. Hij was alleen 'anders'. Wat teruggetrokken, had niet veel vrienden en legde moeilijk contact. Achteraf vraag ik mezelf wel eens af of we het niet aan hadden moeten zien komen. Dan hadden we hem van school kunnen halen en iets anders voor hem gezocht. Maar we wisten het niet, we wisten het écht niet!'

De man keek naar de bos bloemen en was even stil.
Hij draaide zich om en ging zitten tegen de vangrail. Ik besloot naast hem plaats te nemen.

'Wat wisten jullie niet als ik vragen mag?'
'We wisten het pas op de dag dat hij is gesprongen. Ongelofelijk. De politie stond bij ons voor de deur. We dachten eerst nog dat hij misschien in een vechtpartij of iets dergelijks betrokken was geweest.
Totdat ze zeiden dat ze ons iets ergs moesten vertellen. Nou dan heb je je hart natuurlijk meteen in je keel zitten. Hij is hier gesprongen, uit school. Hij had zijn kleren aan die mijn vrouw 's morgens nog voor hem had gestreken. Zijn rugtas stond aan de andere, de goede, kant van de vangrail. Hij lag aan de rand van de rivier. Hij moet er vreselijk uit hebben gezien. Ik kon het niet aan en mijn vrouw ook niet. We hebben naar zijn voeten gekeken om te vertellen dat hij het was. Hij had namelijk een pigmentvlek op zijn voet die erg herkenbaar was. En het bizarre is, dat je het dan pas geloofd, wanneer je het ziet.
Hij had in zijn rugtas een afscheidsbrief gestopt. Hij trok het niet meer. Hij is jarenlang getreiterd, gepest, achterna gezeten, in elkaar getrapt. Nou zal je wel denken, dat moet je toch kunnen zien aan je kind?'

'Nou, ja ik weet dat mensen dingen heel goed kunnen verbergen...' voor ik het wist brak de man mijn zin af om verder te vertellen. Hij moest duidelijk zijn ei kwijt.
'Als hij thuiskwam en hij had blauwe plekken had hij altijd verhalen over dat hij meedeed aan rugby op school en dat het nou eenmaal een wat hardhandige sport is... tsjah waarom zou je doorvragen als je geen idee hebt? Ik moest verdomme in een brief lezen dat hij gepest werd! Later hoorde we van zijn klasgenoten wat er allemaal voor dingen gebeurde. Hij werd holbewoner genoemd, uitgejoeld, bekogeld en opgewacht. En nu ineens konden ze wel praten maar daarvoor heeft nooit iemand er wat tegen gedaan. En nu was het te laat. Te laat. Veel te laat. Ik krijg er mijn zoon niet mee terug maar ik hoop dat al die mensen die hem hebben gepest dit voor altijd zal blijven achtervolgen wat zij hem en ons hebben aangedaan en dat alleen maar omdat hij psychisch iets anders in elkaar zat dan wat 'normaal' gevonden wordt'.

Er rolde een traan over de rode wangen van de man. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen en vertelde hem dat het me speet dat zijn zoon deze beslissing had genomen. En dat ik het een hele mooie plek vond, hoe raar het ook klonk, de man glimlachte terug.
'Het is zeker een mooie plek, ik voel Sylvain hier altijd, hij lag aan de rand van de rivier maar zijn geest vaart erover'.
Hij stond op veegde zijn traan weg en knikte naar me, hij liep weg.

Wat is eigenlijk normaal?
Ik keek over de vangrail en hoorde de wind, het water en een aantal vogels wiens geluid weerkaatste door de bergen.
Hoe vaak heb ik al wel niet meegemaakt dat mensen mij voor anderen 'waarschuwen'.
Ook hier in het dorp word mij verteld met wie je beter wel en niet kan omgaan.
Vraag je waarom, hoor je de wildste verhalen. Hij is een alcoholist, zij heeft borderline, hij is suïcidaal ogh en die ander is ook raar da's namelijk een autist.
En die met reuma? Agh dat is allemaal aanstellerij. Ze stond zaterdagavond nog te dansen bij dat feest!
Ongetwijfeld dat iedereen die dit nu leest bekend voorkomt.

Hoe iemand van tevoren al een beeld van iemand anders kan krijgen is ongelofelijk. En dat alleen maar door verhalen. Waarom kijken mensen niet? Waarom voelen ze niet?
Wat zij vergeten is dat mensen die bepaalde stoornissen, ziektes of afwijkingen hebben ook mensen zijn. En eigenlijk nog meer mens dan zij die er zo over oordelen. Zij hebben levenservaring, van hen kun je leren, prachtige persoonlijkheden kunnen er tussen zitten. Waarom zou je die laten lopen door een slecht verhaal?
En wat zij vergeten is dat zij die met reuma (of wat voor aandoening dan ook natuurlijk) na dat avondje stappen dagenlang niets meer kan vanwege de pijn. Dat zij gebruik moet maken van haar goede momenten omdat die zomaar er ineens niet meer kunnen zijn.
Dan zijn er nog de stille stoornissen. Waar mensen zelf mee worstelen. Het wordt verteld maar vaak wordt er niet over gepraat.
Waarom vind iedereen het toch zo eng om over psychische klachten te praten? Niets is mooier dan zoiets met iemand te kunnen delen of om daar een luisterend oor voor te bieden. Want je hoeft geen oplossingen te geven als je maar luistert.

En wat heeft een verleden van iemand te maken met nu? Het heeft diegene veranderd, dat misschien wel, maar waarom zou je iemand veroordelen over een beslissing die die in het verleden heeft gemaakt en waar die nu niets meer aan kan doen? Begrijp me niet verkeerd, bepaalde beslissingen zijn nou eenmaal levensbepalend maar daar heb ik het nu niet over.

Ik werd gewoon kwaad. Hoe vaak ik dit soort dingen niet heb gehoord, van dichtbij heb meegemaakt, mensen ook kapot gepest zien worden, vernederd, veroordeeld en bevooroordeeld.
Onbegrip. Pure onbegrip en gebrek aan inlevingsvermogen. Gebrek aan gevoel. Gebrek aan menselijkheid.

Sylvain zag geen uitweg meer. Hij wilde rust. Of hij die heeft gekregen weet ik niet.
En dan te bedenken dat er zoveel mensen rondlopen met problemen. Van grote of kleine aard. En ook dat zou nooit bepaald mogen worden. Of iets erg is of niet. Dat is persoonlijk en valt niet te meten.

Nee, ik bepaal zelf wel met wie ik omga. Ik voldoe zelf ook niet aan wat 'normaal' gevonden wordt. Alleen bij mij zie je het niet. Ik heb een aantal jaren geleden een gedicht geschreven, die vind je terug onder deze blog, bedoeld voor iedereen die zich erin herkend. En voor diegene die dat niet doen, om zich er wat meer in te verdiepen.

Want de grootste psychische stoornis op deze aardkloot is toch wel (ik heb er maar even een medische draai aan gegeven): het hyperveroordelisme. Maar er is goed nieuws: het is behandelbaar en je kan het nog zelf doen ook. Inleving en gevoel zijn het medicijn.

Ik sta op, de grond is droog en ik schop wat steentjes de afgrond in. Jeetje wat diep. Wat moet er door zijn hoofd zijn gegaan toen hij sprong? Dat zal niemand ooit weten.
Maar het is wel een erg mooi plekje.



Eigenwaarde:
Ik ben als een boom in een zeer groot woud,
uniek in zijn soort maar net als de rest gemaakt van hout.

Er zijn dagen dat ik me van mijn beste kant probeer te laten zien,
maar van binnen vreet een boktor aan mij, het maakt mij kapot en uitgeput bovendien.

De ene dag is het voor mij hoogzomer, sta ik in volle bloei en straalt de zon op mij,
de volgende dag raast er weer een tropische storm voorbij.

Een gewone dag met een klein zonnetje en een briesje is alles wat ik wil,
zonder uitersten, voor mij de mooiste dag, anderen staan er niet eens bij stil.

Ik vang teveel wind, waardoor ik scheef ben gaan groeien,
nu is het tijd om de belastende takken eraf te snoeien.

Wanneer dit gebeurt heb ik de tijd om mijn wortelen weer stevig te verankeren in de aarde,
het besef dat ik zelf degene ben die dat doet geeft mij enorm veel eigenwaarde.

Ik ben als een boom in een zeer groot woud,
uniek in zijn soort en gemaakt van het allerbeste hout.