maandag 25 januari 2016

Mijn echte bevallingsverhaal

Dat dingen altijd anders verlopen dan in je gedachten is normaal. Zoals jullie in mijn vorige post hebben kunnen lezen was ik bang dat ze te groot zou zijn en er over zou worden gegaan op een keizersnede. Dat mijn bevalling deels werkelijkheid zou worden had ik niet verwacht en vooral niet gehoopt. Voordat ik alles weer vergeten ben heb ik besloten het nu, 7 weken later, op te schrijven.

Het begon zondag nacht, inmiddels maandag 7 december, uurtje of 3, ik kreeg onwijze krampen. Ik wilde mijn Fransoos niet wakker maken voor het geval het loos alarm was. Voorzichtig ging ik met mijn dikke buik het bed uit. Eenmaal op de bank probeerde ik door televisie te kijken (het nieuws op Nederland 1 heb ik uren zitten kijken) wat afleiding te zoeken en me zo niet op de pijn te focussen. Ik had een weeën timer app geïnstalleerd om te kijken om de hoeveel minuten mijn weeën zouden komen. 5 minuten, 7 minuten… hmmm effe in de gaten houden of dit nog een uur zo door gaat. Ik besloot mijn moeder via de tablet te bellen. ‘ja mam, geen idee of het begonnen is hoor maar volgens mij heb ik weeën’ ik hoorde een klaarwakkere vader naast m’n moeder.

Een kwartiertje later was ze er. De weeën werden al wat minder plezierig en op de ‘ hoogtepunten’  besloot ik maar te gaan staan en wat te lopen. Dat werd dus geen triominos spelen zoals in mijn andere bevallingsverhaal.

Om half 6 stond mijn Fransoos op voor zijn werk. Hij was verbaasd dat ik niet naast hem lag toen hij wakker werd en nog verbaasder om mij klaarwakker te zien samen met m’n moeder op de bank. Ik vertelde hem hoe ik me voelde en dat ik de maternité zou bellen maar dat hij gewoon naar zijn werk moest gaan.

Om 8 uur ging ik even naar het toilet en bleek ik bloed te verliezen, meteen het ziekenhuis gebeld en we konden direct komen. Uiteraard hielden daar de weeën bij aankomst spontaan op en werd ik geholpen door een mannelijke verloskundige van mijn leeftijd heb ik weer gaat er een man in m’n doos gluren en graaien. Hij concludeerde dat er wel wat rommelde. Hij had een echo gemaakt, me aan de monitoring gelegd en gegluurd en ik had maar liefst 3 kleine weeën, hoezee zal je altijd zien. Het zou nog wel even kunnen duren en ik mocht weer naar huis met m’n moeder.

M’n Fransoos was inmiddels ook thuis en m’n moeder zou boodschappen voor me doen. Ik besloot om wat te rusten na de lunch omdat ik kapot was. Eenmaal in bed werd de pijn weer erger en om 14:30 ging ik maar weer eens naar de wc. Bijzondere is dat als je zwanger bent je altijd even voorover buigt om te kijken of alles pluis is wat eruit komt. Ik schrok me het apezuur; ineens stroomde er draden uit, vol schrik en uit nieuwsgierigheid hield ik m’n hand eronder, ja het was waterig… vlokjes.. ik m’n Fransoos geroepen. ‘ Volgens mij zijn mijn vliezen gebroken kijk nou!’  en ik wilde het hem zowat aangeven (altijd goed voor je relatie dit soort dingen). ‘ Tis alleen geen plens water dat is toch raar, kun jij het ziekenhuis bellen?’. Hij kreeg weer de mannelijke verloskundige aan de lijn, die wilde mij hebben waarna ik hem een gedetailleerde beschrijving heb gegeven van wat ik allemaal in de toilet pot aantrof. We mochten meteen komen en we namen voor de zekerheid mijn en mijn baby’s tas mee. Ik stond op en er stroomde weer wat. ‘ HANDDOEK!’ en wijdbeens met een haarhanddoek tussen m’n benen liep ik naar de auto. Mijn ouders kwamen snel de berg afgereden om mij succes te wensen en om de hond op te halen. Ik lekte van onder en van boven, dat beloofde wat voor de emoties! Eenmaal op de vuilniszak in onze gezinsauto reden we weg en ik besefte ineens dat ik niet meer alleen terug zou komen.

De parkeerplaats was nog best een eind van de ingang. In mijn jurkje met legging, hakschoenen en een uiterst charmante handdoek tussen de benen waggelde ik incluis behoorlijke weeën naar de ingang. ‘ Hoi. Mijn water is gebroken’ zei ik tegen de vrouw aan de balie (waar je je altijd eerst moet melden al weet je heel goed waar je wezen moet) zij belde de verloskundige en wees richting de etage. Ik ga niet met de trap hoor! Mijn Fransoos drukte op het knopje van de lift en een paar tellen later waren we in het benauwde wachtkamertje van 2 bij 1,5. En het duurde en duurde en ik stikte van de weeën. ‘Waarom duurt dat zo lang, zal ik nog een keer aanbellen. Ik heb hier zo geen zin in!’ mopperde ik erop los. Een ander zwanger grietje kwam binnen met haar moeder, die kwam duidelijk voor controle want die keek nog blij. Na lang wachten en vele weeën later mochten we naar binnen. Dezelfde mannelijke verloskundige gluurde en groef weer wat en ik bleek op 2 à 3 cm ontsluiting te zitten! ‘Nou jij gaat niet meer weg’  zei die. En ik werd al naar de verloskamer gebracht.

Daar kreeg ik zon fantastisch hemd aan waar alles uithangt als je niet uitkijkt. Ik werd aan de monitoring gelegd en al snel bleek dat ik om de 3 minuten weeën had. Fijn… en het kon nog wel minstens 7 uur duren.

Ik mocht niet meer lopen en dat was nou net het enige dat hielp tegen de pijn. Verder mocht ik ook niet meer eten of drinken. Er werd een infuus in m’n arm gedouwd. Na twee keer in mijn linker arm te hebben geprikt zei de mannelijke vlos: ‘ik kan geen ader vinden’. ‘Ja dat heb ik in de gaten, kun je hem niet in de rechter douwen?’Zzo gezegd zo gedaan. Een paar uur later, om 18:00 uur, hield ik het echt niet meer en besloot om een ruggenprik te vragen terwijl ik er zo op tegen was. Dat dit later mijn redding was had ik me nooit kunnen bedenken.

Doodsbang was ik. Ik moest op de rand van het bed zitten en de anesthesist die hem zette kende ik ook nog. Een Nederlander die wist dat ik het eigenlijk niet wilde van tevoren. Mijn Fransoos stond tegenover me (ik had dat gezien op de tv dat al die mannen dat doen dus dat leek me een goed plan) om mij te ondersteunen. De anesthesist vertelde dat hij een lokale verdoving zou zetten. Ik voelde het één en ander en toen bleek hij er al in te zitten. Bloedprikken is pijnlijker. Het zou binnen een kwartier gaan werken (godzijdank) en ik had een pomp zodat ik bij kon spuiten. Man wat een heerlijk gevoel! Dat spul moet verslavend zijn als je het mij vraagt… ik voelde praktisch de pijn niet meer en kon weer lachen en praten. Te idioot voor woorden dat het in Nederland zo’n punt is. Alsof je dan een zwakkeling bent, want daar dacht ik aan toen ik hem  vroeg, omdat het zo door velen in Nederland word gezien. Ik heb hem enorm bedankt voor de prik en de mannelijke verloskundige ging wisselen van dienst. ‘Ah nee hè dus jij haalt mijn baby niet? Wat jammer! En sorry hoop niet dat je me vervelend vond’. ‘ Vervelend? De meeste vrouwen maken geen grapjes voordat ze een ruggenprik krijgen of bedanken me voor het zetten van een infuus. De meesten schelden me helemaal verrot of worden agressief!’. Jeetje ik ben dus eigenlijk poeslief in vergelijking met andere zwangerosaurussen, arme jongen…

Vervolgens kwam er een dame aan mijn bed. Ik weet niet meer hoe ze heet alleen maar dat ze heel veel kletste. Gezien ik ook een aardige kletskous ben vond ze dat wel gezellig. Ik gaf aan dat ik graag de placenta wilde zien na de bevalling dus dat ze die echt moesten bewaren. We grapten nog dat m’n hond Jamie het misschien wel lekker zou vinden.

Om 20:00 uur zat ik op 6 cm. Het zou erom spannen of ze maandag of dinsdag geboren zou worden.
‘Kijk eens effe onder de deken, voel van alles lopen’ zei ik telkens tegen mijn Fransoos. Ach ja hij is de slagerij gewend dus hier zou die ook niet anders van worden leek me. Hij verzekerde dat mijn bloedverlies reuze meeviel (hij wist als hij de waarheid zou zeggen ik van mijn graat zou gaan).
Tijdens het wachten op de volgende centimeters filmde mijn Fransoos mij regelmatig, leuk voor later. Ook de bevalling zou (vanaf de zijkant) worden gefilmd. Sommigen vinden dat maar raar maar ik had zoiets van je kan het altijd nog wissen!

Om 21:30 ging m’n Fransoos weer even naar beneden een sigaretje roken en mijn ouders smsen die gespannen thuis zaten te wachten; 9 cm! En het hoofdje was al flink naar beneden gezakt.

Toen ging het snel om 22:18 had ik volledige ontsluiting en als ik drang voelde mocht ik persen. Maar ik voelde bar weinig daar beneden. Wat moet ik voelen dan, alsof je moet poepen ofzo? Hier was ik al bang voor dat ik dat niet meer zou voelen door de ruggenprik.

Iets voor 23:00 voelde ik iets maar om te zeggen drang, nee. Maarja ik wilde het wel proberen. Verloskundige kwam erbij en 3 andere vrouwen. De verloskundige deed een blauw schort om en een mondkapje, blauwe handschoenen aan net als de andere drie. De smurfen waren er klaar voor!

Ik perste, eerst teveel door de mond. ‘Doe alsof je naar de wc gaat voor de grote boodschap’ zei de verloskundige. Die krijgt dan een drol op der hoofd, naja pech gehad, of beter gezegd:schijt. En dat ging beter, ze moedigden mij aan en ik deed mijn uiterste best. Ik voelde lichtjes de weeën en via de monitoring konden we goed de activiteit zien van de wee. Maar het schoot niet op, ‘Je kan haar haartjes voelen’. Ik zei maar dat ik et voelde maar eerlijk gezegd voelde ik niets. Kreten als Harder, Ja goed zo, je doet het geweldig, ga door… maar het hielp niet en ik raakte uitgeput. Ik mocht al sinds de opname niet meer eten en drinken (had gelukkig wel een infuus) maar ik had een droge mond. Met een spray spoot mijn Fransoos mijn gezicht nat en af en toe mijn mond. Na veertig minuten persen kwam ze nog steeds niet ter wereld en ik raakte in paniek en teleurgesteld in mijzelf. Ik jammerde dat ze net zo’n groot hoofd had als ik en dat het me niet zou lukken, dat ik bang was.

Vijf minuten later gebeurde waar ik voor vreesde, de gynaecoloog werd erbij gehaald. Gelukkig had de vrouw dienst waar ik al die tijd bij had gelopen, een pittige tante met een aardig onverstaanbaar accent.  Ze keek serieus naar het centrum van de spotlights en ze zei dingen die ik niet kon verstaan en mijn Fransoos ook niet (gelukkig). De verloskundige kwam bij me staan en aaide me, ze deed een deken over mijn knieën als gordijn ‘Lijkt me beter voor je dat je hier niets van ziet’ zei ze zachtjes. De verlostangen werden erbij gehaald en ik herinner me nog een vreselijk gevoel alsof mijn hele bekken werd gekeerd en de meest walgelijke geluiden. Ik moest een stuk meepersen en toen ging het snel. Ze was geboren om 00:05! Wat er daaronder allemaal gebeurd was werd al snel duidelijk.

Ik kreeg mijn dochter die helemaal onder het bloed zat op me, daarna werd ze snel weggehaald en mijn Fransoos volgde haar. Ik hoorde hem zeggen ‘ ze is prachtig!’  en nog wat dingen maar het geluid klonk steeds verder weg. ‘Het gaat niet goed hier!’  al snel werd ik helemaal plat gelegd en kreeg ik iets toegediend via het infuus. De gynaecoloog was bezig om alles weer aan elkaar te maken maar ik kreeg bloedingen en wat ze probeerde te hechten hield niet. Om een lang verhaal kort te maken ben ik weer onwel geworden en volgens mijn Fransoos zijn er heel wat doordrenkte laken weggevoerd. ‘Je hebt het goed gedaan, je had haar er nooit zelf uit kunnen krijgen, ze was een schuine sterrenkijker en had de navelstreng om haar nek, haar schouder lag ook verkeerd’ . Jemig, maar goed dat ik dat allemaal niet wist. Ik bedenk me wat er was gebeurd als ik geen ruggenprik had gehad. Waren ze dan op tijd geweest met een keizersnede?

Het middel waar ik zo op tegen was, was misschien wel in mijn geval onze redding geweest. Bizar.
Om de bloeding te stelpen kreeg ik een gigantische hoeveelheid verband erin gepropt. Maar godzijdank voelde ik toch vrijwel niets.

Toen het kunstwerk eenmaal af was werd de kleine bij me gereden. Wat was ze mooi, op de plekken van de verlostangen na dan. Achteraf, na het zien van de videobeelden, begrijp ik waarom ik me tijdens de bevalling zo voelde en waarom zij die pekken had. Ik schrok me wild toen ik het zag, het deed me denken aan Dr. Pol van National Geographic Channel. Wat bij hem de kettingen zijn bij een koe waren bij mij de tangen. Ze wrikte heen en weer en het bed schudde. Bah, dat haar schedel niet volledig in elkaar geknepen is, is mij een raadsel.

Toen ik me na een half uur ietsje beter voelde werd ik naar mijn kamer gereden met de kleine.

Het was voorbij.

Ik zou tot zaterdag in het ziekenhuis blijven, ik was nog dagen onwel, had een bloeddruk van 80/40 en ijzertekort. Godzijdank dat ik daar was. Ik heb er wat afgehuild die dagen. Van oververmoeidheid (iedereen liep constant naar binnen, bezoekuur was ook nog eens  van 11:30 tot 20:30!!), frustratie dat mensen mij stoorden waar ik helemaal geen zin in had (ook in de nacht lieten ze me niet met rust) weet nog dat er een zuster binnenkwam en zei toen ze de kleine zag huilen ‘ach gossie wordt er niet goed voor jou gezorgd!’, terwijl ik net de dag ervoor bevallen was en nog geen uur had geslapen, net m’n baby had gevoed en het even niet meer trok. Ik huilde van teleurstelling dat ik zelf mijn meisje niet kon verzorgen omdat ik nauwelijks kon lopen. Ik huilde van schrik toen ik voor het eerst met een spiegeltje mezelf bekeek. Bont en Blauw, geknipt, gescheurd en een flubberbuik. Het was nog erger dan in mijn bedachte bevalling. Maar ik huilde vooral van geluk. Dat mijn baby goed de bevalling was doorgekomen en dat ze voor mij zo perfect was en dat tot mijn grote verassing mijn broer en schoonzus uit Nederland over waren gekomen. 

Ja, het waren mooie momenten en zware momenten. Maar echt, ik had niet in Nederland willen bevallen. Wat waren de zusters allemaal fantastisch. De zorg was uitstekend, de anesthesist is nog even komen kijken, de gynaecoloog is nog twee keer aan mijn bed geweest, één keer voor controle, de andere keer gewoon om te vragen hoe het met me was en om nog eens mijn bevalling door te praten en dat ik een fantastisch gevormd bekken had volgens haar anders had ze haar met de tangen er ook niet uitgekregen. Toch leuk om dat eens te horen dan zoiets als ‘wat heb je mooie ogen’. En het eten… o wat was dat lekker! Ik heb zelfs tegenwoordig een nieuw ontbijt eraan over gehouden. Elke ochtend eet ik nu wat ik in het ziekenhuis ook kreeg en dan ben ik weer even terug daar. Alleen al om het eten zou ik misschien wel 8 kinderen willen. Ik verheugde me daar elke dag op. Daar leefde ik naartoe als een dier in een dierentuin. Dat was het enige wat ik daar namelijk deed, liggen en eten en bekeken worden door bezoekers, of althans, die kwamen voornamelijk voor de kleine.

Die zaterdag voelde ik me nog niet helemaal klaar om naar huis te gaan, ik was nog zwak. Maar gelukkig heb ik zelf de kinderwagen kunnen duwen. Ik heb schuin in de auto gezeten en thuis was alles versierd.

Na een week of twee ging het al een stuk beter en nu, 7 weken later doe ik alles weer. Met 4 weken deed ik dat al maar werd regelmatig teruggefloten door m’n lijf.

Ik hoor veel meiden vaak na hun bevalling zeggen ‘ik wil nooit geen kinderen meer’. Maar het eerste wat ik dacht en tegen mijn moeder zei toen ze kwam was: ‘Dit schrikt mij niet af voor een tweede, maar voorlopig even niet’.

Ik sluit af met iets waar mijn mening 180 graden over is gedraaid:

Lang leve de ruggenprik!




zaterdag 5 december 2015

Mijn bevallingsverhaal

Hieronder mijn bevallingsverhaal:

Het is vrijdagnacht, 2 uur. Ik schrik wakker van de pijn.
Mijn god dit is dus wat ze bedoelen met 'je herkent het wel'. 
Naast mij ligt mijn Fransoos, met z'n mond open, luid snurkend. Ik besluit zachtjes uit bed te rollen. Met een klap ploffen mijn voeten op de grond. Gelukkig wordt hij er niet meer wakker van. Ik ben erg lomp en log sinds ik zwanger ben en voel me ook zo.
Ik waggel de slaapkamer uit en ga naar de wc. Voorover gebukt zit ik op de bril om de pijn wat op te vangen. En dit is pas het begin! Ik raak lichtelijk in paniek voor wat er komen gaat en besluit te doen wat mijn moeder mij gezegd heeft. Ik pak de tablet en bel haar via Messenger. Een klaarwakkere stem aan de andere kant: 'Ja???!!!!!!! MOET IK KOMEN??!!', 'nou....' zeg ik voorzichtig. 'ik heb heel erg pijn en volgens mij zijn het weeën en ik zie het niet zitten zo 2 uur door te brengen in m'n eentje'. 'Geen zorgen ik kom meteen en neem triominos mee, lekker wat afleiding'. Ze hangt op en binnen 7 minuten staat ze voor de deur, ze ziet mijn bange gezicht.
Ik zet in de tussentijd thee voor haar en loop te ijsberen. Ik kan er slecht tegen als ik niet weet wat me te wachten staat.
We spelen half een spelletje triominos maar ik zit teveel in m'n hoofd. Op de tablet heb ik een weeën app die alles bijhoudt en waar je een gezichtje aan kan klikken hoe vervelend de wee was. Bij mij zijn ze allemaal rood en boos. Al denk ik dat ze in vergelijking met straks eerder groen zijn maar goed.
Na een aantal uur blijkt dat de weeën zich snel genoeg opvolgen om m'n Fransoos wakker te maken en naar het ziekenhuis te gaan (je bevalt hier eigenlijk altijd in het ziekenhuis). Met een duf hoofd maakt hij zich klaar, we pakken mijn tassen die al weken klaarstonden. M'n vader is ook nog even de berg afgereden om ons te zien en mij sterkte te wensen... de lieverd.
M'n ouders nemen Jamie mee, die logeert bij hun terwijl ik de (verplichte) vier à vijf dagen in het ziekenhuis blijf. Mijn Fransoos werkt enorm veel en dan is het zielig voor de hond. Ik stap in de peugeot waarop mijn Fransoos zegt: 'Eerst die vuilniszak, we hebben die auto nog maar net dadelijk breken je vliezen'. Dat is een goeie. Hij wurmt onder mijn opgeblazen lijf de zak, ik klap de leuning naar achteren gezien anders mijn dochter met der hiel in mijn maag zit te duwen en we vertrekken naar Autun naar het ziekenhuis. Eenmaal daar, 5 uur in de ochtend, zit de slagboom en het hek dicht. 'Moet ik dat takkenend ook nog lopen!' zeg ik bits tegen m'n Fransoos. De toon is gezet, zoals voorspeld wordt ik een voorbeeldige patiënte.
Bij de urgences staat een verpleger. 'Goedenavond mevrouw' met een snurk waggel ik naar binnen, druk op het knopje van de lift en het lijkt uren te duren voordat het ding beneden is. Eenmaal erin buig ik voorover wat een pijn! 
Boven word ik direct aan de monitoring gelegd en er wordt gekeken. 'Nou mevrouw, dat duurt nog wel even slechts 3 cm'. O nee he dan moet ik er nog 7 of waren het er 15 in totaal of hangt het van je baarmoeder af? Ik weet het niet meer wat een gezeur... mijn gedachtes zijn zoals ik van mezelf gewend ben uiterst positief.
Ik heb vreselijke pijn en lig met opgetrokken benen in bed. Heb een infuus in mijn arm en heb er nou al geen zin meer in. Ik besluit wat rond te waggelen en op zo'n gymnastiek bal te gaan zitten. Ineens zie ik uit mijn ooghoek mijn Fransoos met de videocamera lopen. 'Kijk daar is kimmie wel, hallo lieverd hoe gaat ie?' Sodemieter op man met dat ding!! was wat ik meteen dacht maar ik had mezelf voorgenomen lief te blijven: 'Kun je dat klote ding alsjeblieft uitzetten?' verschrikt filmt hij maar snel de gang.
Uren gaan voorbij. Maar daar was dan ineens die persdrang waar iedereen het over had.

Ik lig krampachtig op mijn rug en het voelt alsof ik uit elkaar wordt gereten. Mijn Fransoos heeft de camera op de kast gezet zodat alles gefilmd kan worden, leuk voor het nageslacht om te zien hoe ik haar vervloek. 'U mag zo persen mevrouw'. Nou ik drukte wat ik wilde maar niets hoor. 'Zie je wel, ze is te dik, nou krijg ik dadelijk een totaal ruptuur... precies zoals ik had voorspeld, geef hier die ruggenprik ik kan dit niet meer' 'Mevrouw dat heeft geen zin meer' (95% van de Francaises in het ziekenhuis in Autun bevalt met een ruggenprik, ik werd er al vreemd op aangekeken dat ik het niet wilde).
De gynaecoloog wordt erbij geroepen.
Vacuüm pomp wordt geprobeerd, het gevaarte laat los en ik dacht even dat hij het hoofd in zijn handen had. Nou weet ik wat mijn moeder heeft meegemaakt met mijn broer (die heeft z'n hoofd trouwens wel hoor maar dat geluid is onbeschrijfelijk).
'Sorry dit wordt niks, kindje is te groot'.
'Godv.... zie je wel! Ik zei het toch vanaf het begin!' was mijn hysterische reactie.
Een spoedkeizersnede ging plaatsvinden.
Ik word platgespoten en treed uit mijn lichaam, daar zie ik hoe mijn Fransoos in een groen pak erbij staat met een haarnetje. Ik lig met de armen gespreid op de operatie tafel met een laken bij mijn gezicht (alsof ik wakker zou worden maar goed). Mijn Fransoos pakt zijn tas en haalt daaruit zijn slagersmes. Hij gaat bij de artsen staan en snijdt mijn buik open. De artsen halen mijn baby eruit en deze wordt afgedroogd. De placenta wordt onderzocht en er wordt gevraagd of we die mee willen nemen voor ons of anders voor de hond, schijnt enorm gezond te zijn.
Mijn Fransoos weet dat ik niet zo van orgaanvlees en 'vreemde' dingen ben dus hij bedankt vriendelijk.

Ineens is het stil. Ik voel me suf en kom bij. Ik knipper met mijn ogen en zie mijn Fransoos staan met onze dochter. Ik heb nog nooit zo'n lelijk kind gezien. Dat kan toch niet uit mij komen. 
En hij maar huilen. En ik huil ook, heb ik hier nou negen maanden voor afgezien? Ik doe het laken omhoog en zie een toegetakelde buik wat wegheeft van een verouderd springkussen waar geen lucht meer inzit. Dit is dus moeder worden.


-----------------------


Overtijd zit ik nu achter mijn computer.
Ik had, vooral naar mijn mening, allang bevallen moeten zijn.
Ik had mijn kindje al met 37 à 38 weken verwacht. Gezien ik elke keer op mijn kop kreeg dat ik het rustiger aan moest doen en ik daar niet al teveel op uit deed verwachtte ik echt dat ze lekker vroeg zou komen. Nou niet dus. Als ik rustig had gedaan zat ze er in februari waarschijnlijk nog en was ik veertig kilo aangekomen.

Ik hou graag de controle over dingen, dus dit is iets waar ik niet goed tegen kan maar wat tegelijkertijd een hele goede les is.
Alle voorspelde datums van familie, vrienden en van mezelf zijn inmiddels allang verstreken. Ze beslist gewoon lekker zelf wanneer ze komt en ik heb er niets over te zeggen.
Mijn horrorscenario komt hopelijk niet uit. Maar het is 'leuk' om erover te fantaseren.
Vol verwachting en ongeduld klopt mijn hart...



vrijdag 20 november 2015

Kak Nederlanders

'Ach, ja hoor, wedden dat het een Nederlander is?'.
Was het eerste wat ik zei toen we op het parkeerterrein van de plastic-is-fantastic winkel But kwamen. 
Een dikke zwarte Volvo Jeep off the road. Zo'n ding met aluminium velgen, zwarte metallic lak, hoge instap en een grote gril waar ieder roodborstje doorheen wordt gezogen. 
Zo'n ding die altijd naar 'nieuw' blijft ruiken van binnen, naar leer, naar dikke sigaren of naar chanel uit 1940. Een auto die off the road wordt genoemd maar waar men nog niet mee de berm in durft te rijden. 

Plek zat op het parkeerterrein, maar deze dikke auto stond naast alle vakken geparkeerd vlak voor de entree. Frans kenteken. Maar gezien deze gelikte auto nog geen deukje had en zo asociaal geparkeerd stond moest het wel van Nederlanders zijn. Dat zijn van die lui die hier een 'maison' (nee geen huis dat klinkt niet deftig genoeg) hebben die ze ooit voor een appel en een ei hebben gekocht en het volledig hebben laten verbouwen. Met de nadruk op laten. Maar dan beweren alles zelf te hebben gedaan. Eerder was het hun maison de vacances (geen zomerhuis, laat dat duidelijk zijn) maar nu ze met retraite zijn is het hun résidence principale geworden en hebben ze nog een appartement in Amsterdam of een kleine villa in het Gooi. 

Dat was mijn eerste indruk (ik kan nooit één indruk hebben, het wordt altijd een hele waslijst). We gingen (m'n moeder, m'n Fransoos en ik) naar binnen omdat we een lampenkap zochten voor de babykamer.
Bij de entree was een grote boog gemaakt met rode en witte ballonnen ter ere van het zoveel jarig bestaan van de winkel. 
'Wie ze het eerste vind!'. 
We liepen langs alle plastic meubels op zoek naar de Nederlanders. 
Eenmaal bij de koelkasten zeiden we met z'n drieën: 'Dat zijn ze'. 
Zij had een camel kleur (geen bruin!) stoffen lange jas aan waar nog geen pluisje aan zat (ik heb dan altijd zin om één van mijn katten erin te gooien), zwarte nette broek, zwarte hakschoenen, lederen zwarte handschoentjes, een lam lederen handtas met zilveren hengsels, in een boblijn geknipte grijse coupe, een te donkere tint foundation op haar rimpelige gezicht en knalrode lippen. 
Hij, een zwarte stoffen jas tot op de heupen, een ribstof taupe (geen bruin!) kleurige broek, een rode trui met een dikke pens eronder en een bril met dikke glazen en iets op z'n hoofd wat leek op een marmot die net door de gril van hun Volvo was gevlogen. 
Ze stonden met een verkoper bij een kookplaat te kijken. 
Een verkoper met een puisterig gezicht en snot aan z'n mouw. Hij zag er zo nietig uit bij die twee imposante figuren, ik vond het gewoon zielig. 
Met zware toon en luide stem spraken ze hem toe in bar slecht Frans met een gigantisch Nederlands accent. 

Ik ergerde me dood en besloot het rondje in de winkel af te maken en terug te gaan naar de afdeling waar we voor waren gekomen; de lampenkappen. 
Lampenkappen met prinsessenjurken, vorken, plastic uiteraard, metaal...maar ik wilde gewoon een frambozen roze kapje van een paar euro. Dus waren we al snel klaar.
We liepen richting de uitgang toen een groot wit gevaarte mijn aandacht trok. 
De Nederlander had een matras in z'n armen.

We liepen naar buiten en het regende flink.
Toen we eenmaal in de auto zaten en de parkeerplaats afreden kwam de vrouw na afgerekend te hebben naar buiten. Op de rotonde zei ik 'wacht; rij nog een rondje even kijken of het inderdaad hun auto is'. Mijn Fransoos draaide nog een rondje en besloot de auto even aan de kant te zetten met de gevaren lichten aan gezien we even wilde genieten van het moment dat deze twee het matras in de auto zouden moeten proppen met dit zeikweer. De vrouw rende op haar hakken richting de Volvo (zie je wel) terwijl de man binnen wachtte met het matras. 'Nou dat is toch wel lief... dat ze gewoon door de regen gaat om eerst de achterklep voor hem open te doen' zei m'n moeder. Maar niets bleek minder waar. Ze gooide de passagiersdeur open, ging zitten en klapte snel het zonnescherm naar beneden om te kijken hoe haar Mondriaan gezicht eruit zag. De poederdoos werd uit de tas gehaald en ze zat met een kwast ter grootte van een plumeau haar gezicht te poederen.
Haar man moest het dus maar uitzoeken.

Haar man liep met het matras in de lengte voor zich richting de schuifdeuren van de winkel maar raakte met de bovenkant van het matras de boog met ballonnen. Het hele gevaarte viel om tegen de schuifdeuren aan en hij lag, met marmot en al, met z'n pens op het matras op de grond tussen de ballonnen.

Schater lachend zaten we met z'n drieën in de auto en we besloten verder te rijden op zoek naar een andere winkel voor het lampenkapje.
Mevrouw had niets door en ging vrolijk verder met het stiften van haar lippen, terwijl wij nog door de achterruit keken en zagen hoe de man door een paar puisterige But medewerkers verkreukt en wel overeind werd geholpen.
Hij streek met zijn handen langs zijn  jas en taupekleurige broek, rechtte zijn rug en aaide zijn marmot.
En wij reden met tranen over onze wangen verder...



donderdag 5 november 2015

Zorgevol

Terwijl ik over mijn buik aai om mijn dochter koest te houden die mijn ribben niet met rust laat en aan een plastic stoel vastplak bij het belastingkantoor komt er een vrouw binnen met een kinderwagen. Een klein meisje van ongeveer anderhalf jaar oud staart mij met grote bruine ogen aan. Aandoenlijk. Ze zit wat te spelen met een boekje en ik kijk vermaakt toe. Ze eet een chocolaatje en heel haar mond zit eronder. Haar moeder pakt een zakdoekje en veegt alles schoon.

Een andere man komt binnen. Hij duwt een rolstoel. In de rolstoel zit zijn zoon van ongeveer tien jaar oud. Hij hangt scheef, zijn ene arm zwiept ongecontroleerd in het rond en zijn mond staat half open.
Je ziet iedereen naar ze kijken. Ik ook. Praten kan die niet. Alleen maar harde geluiden maken die enorm afschrikken. Zijn vader heeft een pet in zijn hand en de jongen wijst ernaar en krijst. De enige manier voor hem om duidelijk te maken dat hij iets wil. Door de opwinding druipt er kwijl langs zijn mond op zijn borst. Zijn vader pakt een zakdoek en probeert de sporen weg te vegen.

Eenmaal thuis doe ik mijn dagelijkse dingetjes en in de avond lig ik lekker ontspannen op de bank. Op dat moment ben ik 27 weken zwanger. Uit het niets voel ik ineens iets. Bloed. Veel bloed. En ik krijg enorme scheuten in mijn rug en onderbuik. Ik ren naar de slaapkamer en maak m'n vriend wakker. 'Het is niet goed we moeten naar het ziekenhuis'. Het is 11 uur in de avond en we rijden richting het ziekenhuis. Ik maak me ernstige zorgen en kan m'n emoties niet bedwingen. Eenmaal op de eerste hulp moet mijn vriend buiten het ziekenhuis blijven. "Moi Hollandais. Pas comprendre Francais" was wat ik bedacht om mijn vriend mee naar binnen te krijgen. Het trucje werkte. Eenmaal op de maternité afdeling moest ik alleen mee voor allerlei onderzoeken en ik werd aan een monitoring gelegd. Mijn vriend wachtte in een piepklein wachtkamertje en niemand die hem op de hoogte bracht. Na drie kwartier vroeg ik of ze hem alsjeblieft konden ophalen. Hij kwam met een lijkwit gezicht binnen en van alles was door z'n hoofd gegaan in het claustrofobische wachtkamertje. De baby zou immers maar een klein kansje hebben om te overleven als ze geboren zou worden en in Autun had ze het zeker niet gered.
Gelukkig bleek alles oké en ze konden geen verklaring vinden voor mijn pijn en bloedverlies.
Op een controle echo bleek wel dat ik een zeer bewegelijke dame in mijn buik had en die wat groter is dan gemiddeld. Misschien dat dat het was. In combinatie met te weinig rust.
We zullen het nooit weten.

Afgelopen weekend lag ik weer op de eerste hulp na bezoek aan de verloskundige omdat het al een paar dagen niet goed ging. Infuus erin, bloed afgenomen uit m'n slagader waarbij mijn moeder zowat flauwviel in plaats van ikzelf en uren wachten. Vriendlief stond ook ineens op de eerste hulp weer vol met zorgen. En weer kwam er weinig uit behalve dat mijn zuurstofgehalte niet denderend is, dat ik een groot kind draag en dat ik waarschijnlijk te weinig rust.
Ik was nu 35 weken zwanger en was er rustiger onder dan de vorige keer gezien ik wist dat de kans op overleven veel groter was.

Ik denk terug aan de kinderen bij het belastingkantoor en dan vooral aan de ouders.
Sinds mijn 27 weken is mijn zwangerschap geen moment meer hetzelfde geweest. Je leeft immers meer in angst. Je weet dat zonder enige aanleiding of aanwijzing iets kan gebeuren. Net als met alles in het leven natuurlijk maar normaal sta je er niet zo bij stil.
En je weet pas hoeveel je van iets houdt als je het dreigt kwijt te raken. Zelfs al heb je je kindje nog nooit gezien, je houdt er al van. Iets wat ik voordat ik zwanger was me niet kon voorstellen. Nu besef ik wat voor pijn het moet doen om een miskraam te krijgen en hoe gevoelloos en egoïstisch je moet zijn om een gezond kind te aborteren.
Want wat je ook voor kindje krijgt of op wat voor moment... je mag zo gezegend zijn dàt je een kindje op de wereld kan en mag zetten, dat is lang niet altijd zo vanzelfsprekend.



woensdag 9 september 2015

Batman

Een zwart latex pak, zijn six-pack die je door zijn kostuum heen ziet en voelt.
Een zware zwoele stem waardoor elke vrouw van haar stoel dweilt. Blauwe ogen die je doordringen. Wie kent hem niet, Batman.
Ik kan jullie vertellen, mijn Fransoos heeft hem in het echt mogen zien...

Met Engelse klanten had ik een bezichtiging. We zouden naar drie huizen gaan kijken en waren bij het eerste huis.
Ik kwam tot de ontdekking dat er een waterleiding flink aan het lekken was en dit bleek al een lange tijd aan de gang te zijn. Snel de beheerder geprobeerd te bellen; die was er op dat moment niet.
Ik mijn vriend gebeld die vlakbij aan het werk was.
'Ik moet weer door naar het volgende huis zou jij alsjeblieft de loodgieter uit het dorp kunnen vragen of hij hierheen komt om de boel af te sluiten en te kijken waar het vandaan komt?'
Tja, je moet immers toch wat.

Zo gezegd zo gedaan maar die kon niet meteen komen hoorde ik later in de auto. 'Shit, maar dan loopt er allemaal water in het hele huis, ik kan echt niet weg ben al bij het tweede huis kun jij misschien de hoofdkraan dichtdraaien? Zit denk ik in de kelder, pas wel op zitten wat vleermuizen'. Zei ik tegen mijn Fransoos aan de telefoon.

Mijn Fransoos, de schat, kon tussen zijn werk door gelukkig even daarnaar toe.
Eenmaal daar zag hij tientallen vleermuizen in de kelder hangen. Geen zin hebbende in die hondsdolle beesten deed hij maar gauw de deur weer dicht.
Hij besloot nog een keer de beheerder te bellen, een bekende van hem, en die zei 'laat maar lekker lopen hoor, loodgieter komt vanzelf'.

Mijn Fransoos belde me met het nieuws en ietwat gepikeerd, accepteerde ik het maar. Ik kon er immers toch weinig aan veranderen. Ikzelf was er sowieso niet ingegaan, er wordt beweerd dat die beesten niet tegen je aanvliegen of je bijten of krabben maar als ik het risico niet hoef te lopen doe ik dat ook zeker niet en hij dus ook niet.

Hij wilde terugrijden uit het gehucht richting werk toen een man midden op straat ging staan en zijn hand omhoog deed.
Nietsvermoedend deed mijn Fransoos zijn raampje open van zijn smurfblauwe Clio en de knoflook walm kwam hem al tegemoet. 'Wat doe jij hier?' zei de man op dwingende toon.
'Er lekt een leiding in dat huis, heb gekeken maar er zitten zoveel vleermuizen en die ruimte is zo klein, daar waag ik me niet aan geen idee of die beesten rare ziektes met zich mee dragen'.
'Ja, ja... jij kwam daar helemaal niet voor...'zei de man al schuin omhoog kijkend.
'Er zitten hier helemaal geen vleermuizen... jij hebt hier helemaal niets te zoeken'. O god dacht mijn Fransoos; een incest geval. Dat is zo één die altijd bij z'n moeder en vader heeft gewoond. Zijn vader die ook zijn opa en tegelijk zijn oom was en zijn moeder was eigenlijk ook zijn zus. Of zoiets.
Zo'n holbewoner. Of op z'n Engels; een caveman.
'Eh... jawel, ga maar kijken' zei mijn Fransoos ietwat onthutst.
'Ik hoef niet te kijken, ik zie zo al dat je liegt, er zijn hier geen vleermuizen, neehee.... neehee!' hij werd boos.

Ineens gooit de man zijn vingers om het raampje die mijn Fransoos open had en keek hem strak aan. Daarna maakte hij een gebaar met z'n hand alsof hij een deal wilde sluiten.
Mijn Fransoos wilde zo snel mogelijk van de griezel af zijn en speelde maar even mee, hij stak zijn hand naar hem toe waarop hij een handdruk kreeg.
'Ok, dan is dat dus onze afspraak...' zei de incestueuze man terwijl er spetters uit z'n mond met restjes knoflook door de lucht vlogen.
'Afspraak?' met grote ogen keek mijn Fransoos de niet welriekende man aan,
'Ja. Er zijn hier geen vleermuizen.'
'Luister meneer, ik heb een druk bestaan ik moet weer verder er wachten klanten op mij kunt u zich verwijderen van mijn auto zodat ik kan gaan rijden anders rij ik u omver'.
'Ik hou je in de gaten, want jij komt hier niet voor niets!' de man deed een stapje terug en mijn Fransoos maakte er meteen gebruik van en trapte op z'n gaspedaal.
In zijn achteruitkijkspiegel zag hij hoe de man met twee vingers naar zijn eigen ogen wees en daarna naar hem. He will be watching you.

Hij maakt veel mee als slager, maar dit was toch wel een zeer bijzonder geval.

Een faalblauwe spijkerbroek met gaten, een wit t-shirt met gele vlekken van het zweet, zijn navel die je door zijn kleren heen ziet. Doffe blauwe, doelloos, starende ogen. Een mond ongevuld met drie geel aangekoekte tanden. Een stemgeluid die elke vrouw met armen en benen over elkaar, plus gekeerde rug doet zitten.
Nee laat Batman maar mooi in zijn cave blijven.

woensdag 19 augustus 2015

Alles kwijt

Het is alweer even geleden maar we hadden keurig op tijd onze belasting aangifte ingeleverd. Of beter gezegd, zoals dat altijd gaat, op het laatste moment.

Ze hadden een handige site bedacht waar je het op kon indienen. Ik was daar zeer blij mee gezien ik mijn sociale lasten ook altijd via internet invul. Scheelt me toch weer een postzegel!
Ik wilde dat dit jaar eens op tijd doen maar helaas bleek het toch nog niet zo handig geregeld als dat ik dacht. Of de site was overbelast en de keer erop was ik ingelogd maar kon ik mijn aangifte niet indienen.
Dus dan maar ouderwets (alhoewel hier is het nog steeds alledaags) op papier!

Gezien mijn ouders in de tussentijd waren verhuisd en een adreswijziging door wilde geven aan de RSI, de RAM, belastingdienst etc. hadden we dat destijds uit handen gegeven omdat  ik daar gewoonweg geen tijd voor had. Dat was niet verlopen zoals het hoorde dus moesten we alsnog zelf overal achteraan. En zo dus ook bij het belastingkantoor om te kijken of het wel goed zat en dat mijn vaders bedrijf niet ineens was opgeheven en we moesten nog wat regelen voor de invoer van de auto.

Maar het was precies in de laatste dagen voordat je je aangifte in kon leveren in de schatkist bij het belastingkantoor (letterlijk; die staat in de gang).
En het was ontzettend druk.
Ik was samen met mijn vader in zijn mat zwarte Toyota Landcruiser op pad gegaan en we hadden de auto op tien minuten lopen geparkeerd.
Hij had een envelop bij zich met alle papieren en daarin ook zijn portemonnee.
Eenmaal binnen trokken we een kaartje en gingen we zitten op één van de plastic stoeltjes.

Na ongeveer veertig minuten zag ik dat we bijna aan de beurt waren. 'Pap, geef me vast je papieren dan leg ik het vast op volgorde'. Hij pakte zijn envelop beet. 'Shit... waar is mijn portemonnee! En m'n paspoort! En m'n chequeboek! Heb jij die?' 'Nee, natuurlijk niet'. Na flink wat Nederlands gegodver kwamen we samen tot de conclusie dat hij het onderweg verloren zou zijn. Hij rende als een dolle stier naar de uitgang richting auto. Mensen keken hem na in de hoop dat hij zijn nummertje op zijn stoel had laten liggen maar al snel zagen ze mij zitten, jammer!
En dat zul je altijd zien, ik was daarna vrijwel meteen aan de beurt.
Ik besloot maar naar binnen te gaan, geen zin om weer drie kwartier te wachten.
'Wat kan ik voor u doen mevrouw' zei een dame met donkerbruin haar, rode lippen en een bril op het puntje van haar neus. 'Nou ik heb heel wat dingen maar mijn vader die is naar buiten want die was wat verloren en die komt er zo aan dus als u heel even wilt wachten....'. 'Ja maar mevrouw, het is wel heel erg druk'. 'Begrijp ik maar hij komt echt zo alleen ik zie vanaf hier niet of hij eraan komt en hij weet niet dat ik al binnen ben kunt u zien of er een man komt aangerend?'. Achteraf was dit echt een heel dom gesprek.
'Hoe ziet uw vader eruit dan?'.
Het enige wat ik kon verzinnen op dat moment was:'Als een Hollander'.
Ze deed haar bril van het topje van haar neus en legde die op tafel.
'Een Hollander? En hoe ziet dat eruit dan?'
Och jee. Wat had ik nou weer gezegd. Mijn vader ziet er eigenlijk helemaal niet Nederlands uit... hij is tenslotte niet wit, lang en hij praat in plaats van schreeuwt (ja echt hoor zo zijn alle Nederlanders, normaal gesproken dan).
Ik besloot maar even over haar bureau te buigen voordat ik weer een stomme opmerking maakte en hoera, ik zag hem. 'Daar is die!' zei ik met opgewonden stem en ik zag dat hij in zijn hand al zijn spullen had.
Ik vloog de deur uit 'Pap!!! Hier!!!!'. Nou dat was inderdaad het stereotype Hollands viswijf die even door de zaal gilde.
'Waar was je nou! Heb je het nou gevonden, waar lag het?' vroeg ik hem terwijl we terugliepen naar het kantoortje.
'Schijnbaar, was het uit de envelop achter de stoel gevallen in de auto, wat een geluk!'. Mijn vader was inmiddels weer de rust zelve.
De vrouw pakte gauw haar bril en schoof deze van boven weer naar het puntje van haar neus en las de documenten. Ik legde alles uit en was blij dat we eindelijk werden geholpen.

'Maar meneer en mevrouw, hiervoor moet u hier niet zijn. U kunt naar de tweede etage afdeling zakelijk'.
'O, moeten we daar weer een nummertje voor trekken?'
'Nee hoor u had meteen door kunnen lopen bij binnenkomst, en daar is geen wachtrij' zei ze vrolijk.

donderdag 6 augustus 2015

Bourgondische Zaken 1

Voor wie het leuk vind:
Ik schrijf vanaf nu op vrijwillige basis in het blad Bourgondische Zaken; heb voor het laatste nummer een artikel geschreven over de slagerij (waar o.a mijn Fransoos in werkt) en een column.
Klik op de foto om het artikel te kunnen lezen.

Uiteraard kun je ook lid worden van het blad!
Neem een kijkje op www.bourgondischezaken.com

Mijn trouwe blog lezers ontneem ik uiteraard mijn artikel niet! Enjoy.