Het was ons al een paar keer opgevallen.
's Morgens laat ik mijn hond altijd uit en gluur dan op de heenweg in de brievenbus.
Ik vergeet, standaard, altijd het sleuteltje mee te nemen met als resultaat dat ik op de terugweg op mijn tenen moet staan en mijn hand door de gleuf moet persen. Tong uit de mond en opperste concentratie.
Het ijzer maakt striemen op mijn hand en soms haal ik mijn hand er zelfs aan open. De kunst is om dan alle enveloppen en pakjes eruit te vissen.
In het begin (toen niemand mij nog kende) werd ik soms raar aangekeken alsof ik post zat te jatten.
Inmiddels zijn ze het hier wel gewend.
Echter had ik al twee keer gehad dat ik in de brievenbus had gekeken en wat erin had zien liggen. Op de terugweg mijn vrijwel dagelijkse routine vergeten, om een uur later de routine alsnog te herhalen en er achterkomen dat er ineens geen post meer in de brievenbus zit.
Je twijfelt aan jezelf of je wel goed had gekeken (ja, natuurlijk) en gaat navragen bij je medebewoners. Allen wisten van niets en er zou dus een heuse postdief in ons dorp wonen.
Bonjourrr is onze postbode. Zo heet hij natuurlijk niet maar aangezien wij namen snel vergeten en bijnamen niet, hebben wij voor deze gekozen. Waarom? Omdat hij altijd bonjour zegt met een aantal r'en eraan geplakt. Hij levert altijd onze post en pakketjes. Is nieuwsgierig wanneer er iets groots bij zit.
'Is dat voor je paarden?' 'Nee het is een gitaar, ik ga een hopeloze poging wagen mijn muzikale talenten te uiten'. 'Hoe weet u dat ik paarden heb?' 'Ik rijd er langs als ik naar huis rijd en zag je een keer in de wei'. Ah.
Regelmatig maakt hij een gitaarspelende beweging als hij mij ziet. Dan haal ik nog altijd mijn schouders op en schudt 'nee'. Met andere woorden: ik speel nog altijd geen gitaar en het ding staat te verstoffen. Maar op een dag zal ik exact weten wat hij voor me speelt met zijn luchtgitaar. Heus.
Postbode in Frankrijk zijn is geen gemakkelijke baan.
Je speelt voor psycholoog en voor drankmaatje. Meer dan eens was onze vorige postbode die we hadden toen we eerder in Frankrijk woonden behoorlijk aangeschoten.
Bonjourrr moet vaak midden op de weg stilstaan om zijn raampje open te draaien en wat mensen te kussen en de hand te geven.
Er zijn hier in de meeste plaatsen geen huisnummers dus ze moeten precies weten wie waar woont. En dat lijkt me moeilijk om dat allemaal te onthouden.
Inmiddels weet onze postbode dat wanneer de straatnaam weer eens verkeerd is geschreven het van Hollanders voor de Hollanders is.
Wij zijn grote Ebay liefhebbers en ik zie Bonjourrr altijd kijken wanneer hij weer eens wat in vuilniszakjes verpakte pakketjes uit China bij ons door de brievenbus gooit.
Van de week was het weer zover. Ik liet de hond uit en mijn moeder had in de bus gekeken, er lagen een aantal brieven in. Op de terugweg, verdwenen!
Ik had daardoor geen al te best humeur en begon te denken wie onze post had gejat.
Gezien onze buren onze aller- aller- allerbeste vrienden zijn begin je al snel aan hen te denken. Deze gedachte kon ik alweer snel in de prullenbak gooien gezien hun handen net zo groot zijn als onze hele brievenbus. De brievenbus bungelde immers niet als een sieraad aan mijn volumineuze buurvrouw dus zij kon het nooit gedaan hebben.
Plots kwam de moeder van mijn lieftallige buurman naar buiten. Ik vertelde haar het verhaal en ze was geschokt. 'Dan moet je aan Bonjourrr vragen of hij voortaan de post persoonlijk komt afgeven, doet hij bij ons ook'. Ze was uiterst verbaasd en vond dat de postdief wel lef had om het overdag te stelen.
Mijn moeder en ik bedachten een plan.
De volgende dag zou ik boven voor het raam gaan zitten en zij beneden. Met stampsignalen van boven zou ik waarschuwen als ik de verdachte zou zien. Mijn moeder zou op de deur afvliegen hem opengooien en er bovenop duiken. Ik zag al beelden voor me dat ik het klimtouw dat ik nog van de flat heb (daar voor als er brand uitbrak wij over het balkon konden klimmen en de katten en hond naar beneden konden loodsen) over het krakkemikkige balkon zou gooien. Ik zou naar beneden abseilen als een heuse commando om vervolgens ook op de dief te duiken. Misschien dat het balkon van het huis zou worden losgerukt maar beter dat dan dat die vreselijke kerel (of vrouw) onze post zou jatten.
Maar we moesten oppassen, regelmatig stoppen oudjes voor ons huis bij de brievenbus om even op het muurtje te rusten, dat we dan niet daar bovenop zouden duiken. Al zouden wij misschien wel op die manier hun bochel eruit drukken, het is toch niet de bedoeling.
Ja dat was het plan.
De hele ochtend waren we opgefokt en we zouden diegene eens een flink lesje laten leren.
Strijdlustig waren we.
De jongens kwamen terug tussen de middag van de bouwmarkt. Wij nog altijd opgefokt en vol adrenaline.
Komen ze binnen en zeggen na al hun aankopen neer te hebben gelegd: 'O, wij hadden de post nog leeggehaald toen jullie weg waren met de hond en er zat nog een brief van de gemeente tussen voor de nieuwjaarsborrel, leuk hè?'.
Dus.
donderdag 16 januari 2014
maandag 6 januari 2014
Tijdbom
Het was een gewoon stel.
Burgerlijk noemen ze dat geloof ik.
Elk jaar op vakantie, altijd met dezelfde Alpen Kreuzer vouwwagen. Beiden waren ze dol op dat ding. Wel altijd op vakantie in eigen land. Frankrijk had volgens hen alles wat je maar kan wensen.
Waarom moeilijk doen met de taal als het ook makkelijk kan? Iets wat Fransen wel vaker denken.
Ze was eind zestig toen het noodlot toesloeg.
Een koude oktobernacht was het, ze werd rond drie uur wakker en voelde zich niet lekker. Ze knipte het bedlampje aan en graaide slaapdronken op het nachtkastje zoekende naar haar bril. Ze maakte haar man, Luc, wakker. Ze vertelde hem dat ze zich niet zo lekker voelde en dat ze beneden even wat water ging drinken. Hij knorde wat terug.
Langzaam liep ze naar beneden en ergerde zich aan de ladder die al jaren vervangen zou worden door een vaste trap. Luc had al meerdere malen beloofd de trap te vervangen, dat riep hij al toen ze beiden achterin de vijftig waren. Inmiddels beiden tien jaar rijker en beiden wat kraakbeen armer.
Met trillende benen klom ze voorzichtig de laatste treden naar beneden en liep richting keuken.
Luc schrok plots wakker van een doffe klap.
Hij wreef in zijn ogen en merkte op dat zijn vrouw niet meer naast hem lag.
Hij stapte uit bed en trok zijn pantoffels aan, klom voorzichtig de ladder af en liep richting keuken.
En daar lag ze. Naast het kookeiland. Bewegingsloos.
Hij knielde naast haar neer en schudde haar levenloze lichaam heen en weer.
Geen reactie.
Vlug pakte hij de telefoon en belde de ambulance. Met trillende stem meldde hij zijn adres en legde hij de situatie uit.
Maar in Frankrijk zijn de afstanden groot en hij wist; als hij nu niet iets zelf zou proberen zou het hoe dan ook te laat zijn.
Geen ervaring hebbende, begon hij een poging te wagen haar te reanimeren. Als een bezetene drukte hij op haar borst, probeerde mond op mond beademing. Na vijf minuten gebeurde er nog altijd niets en hij raakte in paniek. Hij ging bovenop haar zitten en pakte haar schouders beet en schudde haar krachtig door elkaar.
Wanhoop. Pure wanhoop.
Geen reactie.
Na een half uur kwamen de ambulancebroeders binnen en troffen het levenloze lichaam aan van de vrouw en een man die helemaal de weg kwijt was. Hij zat in elkaar gezakt naast het lichaam van zijn vrouw en hield haar hand vast. De broeders voelden haar pols, keken elkaar aan en schudde hun hoofd horizontaal heen en weer. Alles ging aan hem voorbij. Hij werd op een stoel gezet met een deken. Kreeg een glas water en mensen praatten tegen hem, wat en wie, dat wist hij niet meer. Hij werd naar een andere kamer gebracht maar schuivelde ongemerkt terug naar de keuken terwijl mensen bezig waren met het lichaam.
Een brancard, zijn vrouw erop.
Haar arm viel langs de brancard en een man pakte hem op en legde hem terug op haar buik. Een witte hoes met rits werd om haar heen getrokken en ze werd weggereden, langs hem.
Zijn vrouw. Slechts nog een omhulsel in een tweede, wit plastic omhulsel.
De ongelijke vloer deed het lichaam schudden en hij hoorde de zak ritselen.
'Désolé monsieur' is het enige zinnetje wat hij zich nog kon herinneren van de waarschijnlijk vele woorden die werden uitgesproken die nacht.
De begrafenis volgde.
Kinderen hadden ze niet.
Vrienden steunden hem waar ze konden maar het ging steeds slechter met Luc.
Hij voelde zich verloren en begreep er niets van.
Waar hij vroeger zo vol was van passie en liefde, voelde hij zich nu leeg en vulde deze leegte op met alcohol.
Het ging bergafwaarts. Hij stootte mensen af en sloot zichzelf op. Vrienden vonden het te moeilijk en raakte hij kwijt. Hij maakte niet meer schoon en begon allerlei dingen te verzamelen.
Vroeger heeft hij geschiedenisles gegeven en was altijd gefascineerd geweest door oude voertuigen en wapens. Het terrein begon steeds voller te raken met autowrakken, oud ijzer, jerrycans, lege flessen en banden.
Van een geliefd man veranderde hij naar de dorpsgek.
Mensen zagen hem alleen in zijn eigen tuin en een enkele keer ging hij naar de dorpswinkel voor drank en wat eten. Voor de rest zat hij waarschijnlijk alleen binnen, in de bergen afval.Gras was nog amper te zien en de voorheen prachtig aangelegde tuin was een vuilnisbelt geworden. Het prieeltje dat zijn vrouw zo mooi vond was inmiddels verroest en er hing gescheurd landbouwplastic overheen.
De verhalen over Luc werden steeds groter evenals zijn 'puinhoop'.
Mensen werden bang van hem. Hij dreigde wel eens met een jachtgeweer in de ene hand en een fles ricard in de andere.
Stond hij in zijn tuin te schreeuwen naar niets of niemand.
Hij dreigde op een gegeven moment explosieven te hebben en het hele dorp op te blazen. Hij had genoeg van iedereen en alle leugens. Politie werd niet ingeschakeld omdat het altijd bij loze bedreigingen bleef en iedereen hem niet nog meer op de kast wilde jagen. Hij had immers al genoeg meegemaakt en het laatste wat ze wilden was een zeventiger de gevangenis in sturen. Iedereen was 'fou' volgens hem. Hij besefte helaas niet dat hij zelf iedereen had afgestoten en anderen beseften niet dat ze hem meer hulp hadden moeten bieden.
Waar het moeilijk werd namen mensen al snel de benen en kozen voor de makkelijke weg. Maar die weg hoeft niet altijd de beste te zijn. Zo liet deze situatie zien.
Luc kwam na een aantal weken plots verdwenen te zijn net zo plotseling weer thuis met een kunstbeen. Hoe en wat er was gebeurd wist niemand.
Zo kreupelde hij nog jaren met een zwarte wandelstok door de tuin, hij had inmiddels geen tand meer in de mond en was vrijwel onverstaanbaar.
Soms lag hij buiten te slapen bij een autowrak met een fles drank naast hem.
Mensen keken hem na en als hij hen aankeek keken zij weer weg.
Hij verbitterde steeds meer en zat gevangen in zijn eigen gedachten, in zijn eigen lichaam en in zijn eigen puinhoop.
Een erg koude decembernacht werd Luc wakker. Zijn hoofd tolde en hij had enorme hoofdpijn. Hij kwam van zijn smerige matras en er vielen blikjes en vuile was op de grond van het bed. Op kunst- en blote voet schuifelde hij richting het gat in de vloer. Door een doolhof van kranten, flessen, lege verpakkingen en etensresten.
Hij wilde even wat water drinken en een aspirine innemen en zette zijn voet op de eerste trede van de nog altijd niet vervangen ladder. Verslapt en nog half dronken viel hij achterover en bleef met zijn voeten haken achter een trede waardoor zijn kunstbeen van zijn lijf slingerde en met een klap op de grond viel.
Hij hoorde een keiharde knak en voelde een enorme scheut door zijn lijf en hij wist; enkel gebroken. Hij schreeuwde het uit en donderde naar beneden. En daar lag hij.
Hij kon geen kant op, zijn kunstbeen kon hij niet bereiken en hij had vreselijke pijn.
Vele weken later werd hij pas gevonden.
De buren vonden dat het nogal stonk als ze voorbij zijn huis liepen en waren bang dat hij weer eens met chemicaliën bezig was. Voor de zekerheid stuurde ze er toch even een politieman op af om een kijkje te nemen wat hij allemaal aan het doen was. Dorpbewoners zelf durfden niet meer op zijn erf te komen gezien zijn wispelturige gedrag en zijn dreigingen met explosieven.
Binnen trof de politieagent een ontbindend lichaam aan onder de trap.
Het zou een langzame dood zijn geweest. Uitdroging, verhongering, zelfbevuiling en niet te vergeten in de koudste maanden van het jaar.
Het huis heeft jaren te koop gestaan. Alle rotzooi is gebleven waar het was. Vrijwel nooit een kijker.
Was er een kijker dan werd hij door de buurtbewoners ingelicht dat de geest van de 'gek' er nog wel eens zou kunnen zitten en dat er explosieven in het huis zouden zijn. Geen kijker die daar ooit naar binnen ging.
Tot er op een dag een stel kwam kijken die van de makelaar gerust alleen een kijkje mochten nemen (sleutels waren er niet meer en de boel stond gewoon open of was vergaan).
Ze zagen mogelijkheden en hadden weinig geld. Gezien het huis onverkoopbaar leek is het aan dit jonge stel verkocht voor acht duizend euro. Ze waren helemaal gelukkig en begonnen met puin ruimen.
Weken later en zeven containers met afval verder hadden ze bijna alle rotzooi opgeruimd. Buiten was bijna alles weg en binnen deden ze de laatste kamer.
Plots ontdekte ze een deur.
Met grof geweld werd deze opengemaakt en beneden bleek nog een volledige kelder te zijn. Vol met dozen. Velen leeg, maar in een aantal troffen ze vrouwen kleding aan, boeken en foto's. Van Luc en zijn vrouw.
Ze belden de makelaar en die had geen idee dat er een kelder onder zat. Een aangename verrassing voor het jonge stel.
Na ook die spullen, die ooit van onschatbare waarde waren geweest voor de vorige bewoners en nu werden gezien als rommel, te hebben weggegooid was het huis leeg.
Met de nieuwjaarsborrel maakte het stel kennis met de buurtbewoners en kregen alle verhalen te horen. Ze schrokken ervan maar waren blij dat ze het niet wisten.
Explosieven zijn nooit gevonden. En het stel begon langzaam het huisje eigen te maken.
Op een gegeven moment wilden ze de tuin onder handen nemen, er moest immers nieuw gras worden gezaaid na al het puin wat het kapot had gemaakt en ze wilden graag een moestuin aanleggen.
Het was een flinke tuin en alles was door de natuur overgenomen. Bosjes waren enorm dicht begroeid.
Tijdens het snoeien kwam het stel plots iets tegen. Zwart landbouwplastic met een paar bakstenen erop. Er zat iets groots en rechthoekigs onder.
'Nou die gek heeft klaarblijkelijk nog één laatste verrassing voor ons achtergelaten' was de reactie van de jongeman.
Ze knipten de doorns en takken weg en trokken het zeil eraf.
En troffen aan: de Alpen Kreuzer vouwwagen.
Burgerlijk noemen ze dat geloof ik.
Elk jaar op vakantie, altijd met dezelfde Alpen Kreuzer vouwwagen. Beiden waren ze dol op dat ding. Wel altijd op vakantie in eigen land. Frankrijk had volgens hen alles wat je maar kan wensen.
Waarom moeilijk doen met de taal als het ook makkelijk kan? Iets wat Fransen wel vaker denken.
Ze was eind zestig toen het noodlot toesloeg.
Een koude oktobernacht was het, ze werd rond drie uur wakker en voelde zich niet lekker. Ze knipte het bedlampje aan en graaide slaapdronken op het nachtkastje zoekende naar haar bril. Ze maakte haar man, Luc, wakker. Ze vertelde hem dat ze zich niet zo lekker voelde en dat ze beneden even wat water ging drinken. Hij knorde wat terug.
Langzaam liep ze naar beneden en ergerde zich aan de ladder die al jaren vervangen zou worden door een vaste trap. Luc had al meerdere malen beloofd de trap te vervangen, dat riep hij al toen ze beiden achterin de vijftig waren. Inmiddels beiden tien jaar rijker en beiden wat kraakbeen armer.
Met trillende benen klom ze voorzichtig de laatste treden naar beneden en liep richting keuken.
Luc schrok plots wakker van een doffe klap.
Hij wreef in zijn ogen en merkte op dat zijn vrouw niet meer naast hem lag.
Hij stapte uit bed en trok zijn pantoffels aan, klom voorzichtig de ladder af en liep richting keuken.
En daar lag ze. Naast het kookeiland. Bewegingsloos.
Hij knielde naast haar neer en schudde haar levenloze lichaam heen en weer.
Geen reactie.
Vlug pakte hij de telefoon en belde de ambulance. Met trillende stem meldde hij zijn adres en legde hij de situatie uit.
Maar in Frankrijk zijn de afstanden groot en hij wist; als hij nu niet iets zelf zou proberen zou het hoe dan ook te laat zijn.
Geen ervaring hebbende, begon hij een poging te wagen haar te reanimeren. Als een bezetene drukte hij op haar borst, probeerde mond op mond beademing. Na vijf minuten gebeurde er nog altijd niets en hij raakte in paniek. Hij ging bovenop haar zitten en pakte haar schouders beet en schudde haar krachtig door elkaar.
Wanhoop. Pure wanhoop.
Geen reactie.
Na een half uur kwamen de ambulancebroeders binnen en troffen het levenloze lichaam aan van de vrouw en een man die helemaal de weg kwijt was. Hij zat in elkaar gezakt naast het lichaam van zijn vrouw en hield haar hand vast. De broeders voelden haar pols, keken elkaar aan en schudde hun hoofd horizontaal heen en weer. Alles ging aan hem voorbij. Hij werd op een stoel gezet met een deken. Kreeg een glas water en mensen praatten tegen hem, wat en wie, dat wist hij niet meer. Hij werd naar een andere kamer gebracht maar schuivelde ongemerkt terug naar de keuken terwijl mensen bezig waren met het lichaam.
Een brancard, zijn vrouw erop.
Haar arm viel langs de brancard en een man pakte hem op en legde hem terug op haar buik. Een witte hoes met rits werd om haar heen getrokken en ze werd weggereden, langs hem.
Zijn vrouw. Slechts nog een omhulsel in een tweede, wit plastic omhulsel.
De ongelijke vloer deed het lichaam schudden en hij hoorde de zak ritselen.
'Désolé monsieur' is het enige zinnetje wat hij zich nog kon herinneren van de waarschijnlijk vele woorden die werden uitgesproken die nacht.
De begrafenis volgde.
Kinderen hadden ze niet.
Vrienden steunden hem waar ze konden maar het ging steeds slechter met Luc.
Hij voelde zich verloren en begreep er niets van.
Waar hij vroeger zo vol was van passie en liefde, voelde hij zich nu leeg en vulde deze leegte op met alcohol.
Het ging bergafwaarts. Hij stootte mensen af en sloot zichzelf op. Vrienden vonden het te moeilijk en raakte hij kwijt. Hij maakte niet meer schoon en begon allerlei dingen te verzamelen.
Vroeger heeft hij geschiedenisles gegeven en was altijd gefascineerd geweest door oude voertuigen en wapens. Het terrein begon steeds voller te raken met autowrakken, oud ijzer, jerrycans, lege flessen en banden.
Van een geliefd man veranderde hij naar de dorpsgek.
Mensen zagen hem alleen in zijn eigen tuin en een enkele keer ging hij naar de dorpswinkel voor drank en wat eten. Voor de rest zat hij waarschijnlijk alleen binnen, in de bergen afval.Gras was nog amper te zien en de voorheen prachtig aangelegde tuin was een vuilnisbelt geworden. Het prieeltje dat zijn vrouw zo mooi vond was inmiddels verroest en er hing gescheurd landbouwplastic overheen.
De verhalen over Luc werden steeds groter evenals zijn 'puinhoop'.
Mensen werden bang van hem. Hij dreigde wel eens met een jachtgeweer in de ene hand en een fles ricard in de andere.
Stond hij in zijn tuin te schreeuwen naar niets of niemand.
Hij dreigde op een gegeven moment explosieven te hebben en het hele dorp op te blazen. Hij had genoeg van iedereen en alle leugens. Politie werd niet ingeschakeld omdat het altijd bij loze bedreigingen bleef en iedereen hem niet nog meer op de kast wilde jagen. Hij had immers al genoeg meegemaakt en het laatste wat ze wilden was een zeventiger de gevangenis in sturen. Iedereen was 'fou' volgens hem. Hij besefte helaas niet dat hij zelf iedereen had afgestoten en anderen beseften niet dat ze hem meer hulp hadden moeten bieden.
Waar het moeilijk werd namen mensen al snel de benen en kozen voor de makkelijke weg. Maar die weg hoeft niet altijd de beste te zijn. Zo liet deze situatie zien.
Luc kwam na een aantal weken plots verdwenen te zijn net zo plotseling weer thuis met een kunstbeen. Hoe en wat er was gebeurd wist niemand.
Zo kreupelde hij nog jaren met een zwarte wandelstok door de tuin, hij had inmiddels geen tand meer in de mond en was vrijwel onverstaanbaar.
Soms lag hij buiten te slapen bij een autowrak met een fles drank naast hem.
Mensen keken hem na en als hij hen aankeek keken zij weer weg.
Hij verbitterde steeds meer en zat gevangen in zijn eigen gedachten, in zijn eigen lichaam en in zijn eigen puinhoop.
Een erg koude decembernacht werd Luc wakker. Zijn hoofd tolde en hij had enorme hoofdpijn. Hij kwam van zijn smerige matras en er vielen blikjes en vuile was op de grond van het bed. Op kunst- en blote voet schuifelde hij richting het gat in de vloer. Door een doolhof van kranten, flessen, lege verpakkingen en etensresten.
Hij wilde even wat water drinken en een aspirine innemen en zette zijn voet op de eerste trede van de nog altijd niet vervangen ladder. Verslapt en nog half dronken viel hij achterover en bleef met zijn voeten haken achter een trede waardoor zijn kunstbeen van zijn lijf slingerde en met een klap op de grond viel.
Hij hoorde een keiharde knak en voelde een enorme scheut door zijn lijf en hij wist; enkel gebroken. Hij schreeuwde het uit en donderde naar beneden. En daar lag hij.
Hij kon geen kant op, zijn kunstbeen kon hij niet bereiken en hij had vreselijke pijn.
Vele weken later werd hij pas gevonden.
De buren vonden dat het nogal stonk als ze voorbij zijn huis liepen en waren bang dat hij weer eens met chemicaliën bezig was. Voor de zekerheid stuurde ze er toch even een politieman op af om een kijkje te nemen wat hij allemaal aan het doen was. Dorpbewoners zelf durfden niet meer op zijn erf te komen gezien zijn wispelturige gedrag en zijn dreigingen met explosieven.
Binnen trof de politieagent een ontbindend lichaam aan onder de trap.
Het zou een langzame dood zijn geweest. Uitdroging, verhongering, zelfbevuiling en niet te vergeten in de koudste maanden van het jaar.
Het huis heeft jaren te koop gestaan. Alle rotzooi is gebleven waar het was. Vrijwel nooit een kijker.
Was er een kijker dan werd hij door de buurtbewoners ingelicht dat de geest van de 'gek' er nog wel eens zou kunnen zitten en dat er explosieven in het huis zouden zijn. Geen kijker die daar ooit naar binnen ging.
Tot er op een dag een stel kwam kijken die van de makelaar gerust alleen een kijkje mochten nemen (sleutels waren er niet meer en de boel stond gewoon open of was vergaan).
Ze zagen mogelijkheden en hadden weinig geld. Gezien het huis onverkoopbaar leek is het aan dit jonge stel verkocht voor acht duizend euro. Ze waren helemaal gelukkig en begonnen met puin ruimen.
Weken later en zeven containers met afval verder hadden ze bijna alle rotzooi opgeruimd. Buiten was bijna alles weg en binnen deden ze de laatste kamer.
Plots ontdekte ze een deur.
Met grof geweld werd deze opengemaakt en beneden bleek nog een volledige kelder te zijn. Vol met dozen. Velen leeg, maar in een aantal troffen ze vrouwen kleding aan, boeken en foto's. Van Luc en zijn vrouw.
Ze belden de makelaar en die had geen idee dat er een kelder onder zat. Een aangename verrassing voor het jonge stel.
Na ook die spullen, die ooit van onschatbare waarde waren geweest voor de vorige bewoners en nu werden gezien als rommel, te hebben weggegooid was het huis leeg.
Met de nieuwjaarsborrel maakte het stel kennis met de buurtbewoners en kregen alle verhalen te horen. Ze schrokken ervan maar waren blij dat ze het niet wisten.
Explosieven zijn nooit gevonden. En het stel begon langzaam het huisje eigen te maken.
Op een gegeven moment wilden ze de tuin onder handen nemen, er moest immers nieuw gras worden gezaaid na al het puin wat het kapot had gemaakt en ze wilden graag een moestuin aanleggen.
Het was een flinke tuin en alles was door de natuur overgenomen. Bosjes waren enorm dicht begroeid.
Tijdens het snoeien kwam het stel plots iets tegen. Zwart landbouwplastic met een paar bakstenen erop. Er zat iets groots en rechthoekigs onder.
'Nou die gek heeft klaarblijkelijk nog één laatste verrassing voor ons achtergelaten' was de reactie van de jongeman.
Ze knipten de doorns en takken weg en trokken het zeil eraf.
En troffen aan: de Alpen Kreuzer vouwwagen.
zaterdag 14 december 2013
Wat voor kerstboom type ben jij?
Inmiddels hebben al velen de kerstboom weer opgetuigd.
Maar heb je je wel eens afgevraagd wat de kerstboom over jou zegt? Of nee, eigenlijk wat de versiering over jou zegt?
Ik vond het wel interessant en ben eens op onderzoek uitgegaan.
Ieder jaar worden hier in de gemeente overal kleine nordmannetjes geplaatst, ook voor ons hek.
Vorig jaar vroegen we ons nog af wat we ermee moesten en hebben we wat langer gewacht en goed naar alle buren gekeken wat die met die boom gingen doen. Dit jaar wisten we natuurlijk al wat er van ons verwacht werd en hebben we hem zo snel mogelijk versierd.
Jamie vind het ook allemaal geweldig, tijdens onze dagelijkse wandeling samen kan die het niet laten om alle bomen tot zijn eigendom te markeren. Eerder dat ik het door heb is het al te laat.
Ik had maar niet tegen mijn vader gezegd dat de hond onze, toen nog onversierde, boom ook al had onder gesproeid. De boom moest namelijk verplaatst worden en ik zag mijn vader al op de bewuste plek graaien om de touwtjes door te knippen.
Eigenlijk is zo'n kerstboom afzichtelijk. Wat een rommel hangen we erin en het slaat echt helemaal nergens op. We geven een kapitaal uit aan alle rotzooi voor drie weken en vervolgens wordt het gros van de bomen verbrand. Ieder jaar is het weer afwachten of ik jankend met mijn kerstlichtjes over mij heen gedrapeerd op de grond ga zitten omdat het telkens in de knoop gaat, of nog veel erger, het hangt en dan ineens doen ze het niet meer. Mijn moeder is al een aantal jaren vervloekt. Elk jaar nieuwe lampen, elk jaar kapotte lampen en een half donkere kerstboom. Ik zit altijd onder de uitslag van die rotboom en mijn standaard met ducktape is al jaren kapot en lekt water. Ik vertik het om voor die paar weken een nieuwe standaard te kopen met als gevolg dat ook dit jaar de boom met touwen aan de gordijnhaken hangt (maar je ziet er niets van hoor).
Maar.. ik kan je vertellen dit jaar hing bij mij alles er zo in en ik had niet eens uitslag. Ik was helemaal in mijn nopjes en niet hysterisch en chagrijnig als voorgaande jaren.
Mijn moeder daarentegen heb ik door het plafond horen schelden en tieren en de kerst cd mocht ook niet meer op, nee zij had weer last van de kerstlampjes-die-net-als-je-klaar-bent-uitgaan vloek.
Ik kom naar beneden en zeg: 'Nou mam, ik ben gewoon al helemaal klaar! Voor het eerst heb ik er lol in gehad hoe vindt je dat? O, ik zie dat het bij jou weer niet wil?' Met een rood hoofd en een nijdige blik kijkt ze naar me: 'Ik gooi dat ding uit het raam, ben er helemaal klaar mee, weer die *piep* lampen kapot ik word er niet goed van!'.
Gezien de temperatuur buiten heeft ze daar maar even van geprofiteerd om af te koelen.
Op een gegeven moment werkten de lampjes weer en was de boom eindelijk versierd. Onze takken hingen ook weer vrolijk in het raam. Die van mijn moeder veel romantischer en correcter dan die van mij. Waar nu beneden een Charles Dickens sfeer heerst, is het boven één grote kermisattractie. Om mijn tak hangen zoals gewoonlijk fel oranje lampjes en er bungelen uiltjes aan. Mijn kitsch uiltje waar ik vorige week over heb verteld heeft ook een leuk uitkijkpunt gekregen op de tak.
Kijkend naar mijn boom en naar die van mijn moeder zag ik duidelijk dat ons karakter erin terugkwam. Ik ben eens naar buiten gegaan om in de buurt te neuzen naar bomen en hoe die versierd waren en wat voor mensen daarbij horen.
Hieronder vind je een lijst met mijn ontdekkingen, veel plezier met het ontdekken wat voor kerstboom type jij bent!
HET KRENTENBOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Elk jaar hangt er meer in de boom
- Plastic versieringen (soms ook een nepboom!)
- Door alle versieringen erg druk en vol
Karaktereigenschappen:
Het krentenboom typje is zuinig. Heeft hij eenmaal iets gekocht dan gebruikt hij dat elk jaar weer. Als hij er iets bijkoopt moet ook dat weer in de boom. Niets blijft in de doos, dat is immers zonde. Hij is zuinig op zijn spullen/vriendschappen en verspilt niet snel. Hij laat zaken niet makkelijk los. Hij is creatief en dromerig.
HET KLASSIEKE BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Netjes op orde
- Niet teveel poespas
Karaktereigenschappen:
Het klassieke boom type is stabiel, zonder al teveel pieken en dalen. Hij is nuchter en houdt niet van opsmuk. Hij kan wel wat saai zijn, aangezien hij graag stabiel blijft gaat hij ruzies uit de weg en extreme situaties. Een survivaltrip of bungeejumpen zit er voor dit aardse typje dan ook niet in.
HET PERFECTIONISTISCHE BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Perfect de kleuren op elkaar afgestemd
- Netjes verdeeld
Karaktereigenschappen:
Het perfectionistische boom type houdt van orde. Het is de perfecte medewerker. Ze willen alles tot in de puntjes geregeld hebben. Ze zijn trouw en verzorgen graag. Alleen al dat perfectionisme kan voor henzelf erg vermoeiend zijn. Spontaniteit zit er bij dit typje niet echt in.
HET IK BEN LUI-DIK-LELIJK BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Het ziet er niet uit
- Je kan duidelijk zien: 'ik heb hier geen zin in'
- Te lui om de onderkant te versieren oftewel te lui om te bukken
- Bij elkaar geraapt zooitje
Karaktereigenschappen:
Het ik ben lui-dik-lelijk boom type is zoals de titel al doet vermoeden over het algemeen lui, dik en lelijk. Daarbij ook nog eens strontvervelend. Dit soort mensen zijn de slechtste werknemers en kun je beter nooit aannemen. Ze voegen niet veel toe en zijn erg egocentrisch. Ze kunnen ook nog eens gevaarlijk zijn of aan ernstige psychische afwijkingen lijden.
Ik denk dat ik niet hoef te vertellen bij wie ik deze kerstboom heb gezien.
HET MET DE FRANSE SLAG BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Binnen tien seconden versierd
- Het is er letterlijk ingekwakt
- Geen logica
Karaktereigenschappen:
Het met de Franse slag boom type is een levensgenieter. Alles op z'n tijd. Staat gemakkelijk in het leven en is geen ruziemaker. Je kan ontzettend met ze lachen maar er echt op bouwen is lastig. Afspraken komen ze moeilijk na.
HET CHARLES DICKENS BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Veel glazen decoraties
- Ouderwetse uitstraling
- Mooie verdeling
Karaktereigenschappen:
Het Charles Dickens boom type houdt van gezelligheid. Is graag samen met familie en vrienden. Aan tafel eten vinden ze belangrijk en een knapperend openhaardje maakt voor hen een huis een thuis . Houdt van nostalgie maar leeft daarom nog wel eens wat teveel in het verleden.
HET IK DOE NIET AAN KERST BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Heeft geen kerstboom
- Houdt niet van kerst
Karaktereigenschappen:
(geldt niet als het om geloofsovertuiging gaat uiteraard)
Het ik doe niet aan kerst boom type is een beetje knorrig. Hij is graag alleen en wordt graag met rust gelaten.
Zij kunnen goed zelfstandig werken maar hebben ook wel eens zelfmedelijden. Een flinke knuffel of kietelbeurt zou hem in kerstsferen kunnen brengen.
Er zullen vast nog andere types zijn (twijfel niet om een reactie achter te laten met nog een type die jij kent of misschien wel bent!).
Maar met deze lijst kun je mooi checken met wat voor mensen je te maken hebt deze kerst.
Bekijk dit jaar je boom eens anders en zie het als een weerspiegeling van je eigen karakter.
Kan best eens interessant zijn. Veel plezier deze kerst en succes met analyseren!
Hartelijke kerstgroeten,
Een overduidelijk krentenboom typje.
Maar heb je je wel eens afgevraagd wat de kerstboom over jou zegt? Of nee, eigenlijk wat de versiering over jou zegt?
Ik vond het wel interessant en ben eens op onderzoek uitgegaan.
Ieder jaar worden hier in de gemeente overal kleine nordmannetjes geplaatst, ook voor ons hek.
Vorig jaar vroegen we ons nog af wat we ermee moesten en hebben we wat langer gewacht en goed naar alle buren gekeken wat die met die boom gingen doen. Dit jaar wisten we natuurlijk al wat er van ons verwacht werd en hebben we hem zo snel mogelijk versierd.
Jamie vind het ook allemaal geweldig, tijdens onze dagelijkse wandeling samen kan die het niet laten om alle bomen tot zijn eigendom te markeren. Eerder dat ik het door heb is het al te laat.
Ik had maar niet tegen mijn vader gezegd dat de hond onze, toen nog onversierde, boom ook al had onder gesproeid. De boom moest namelijk verplaatst worden en ik zag mijn vader al op de bewuste plek graaien om de touwtjes door te knippen.
Eigenlijk is zo'n kerstboom afzichtelijk. Wat een rommel hangen we erin en het slaat echt helemaal nergens op. We geven een kapitaal uit aan alle rotzooi voor drie weken en vervolgens wordt het gros van de bomen verbrand. Ieder jaar is het weer afwachten of ik jankend met mijn kerstlichtjes over mij heen gedrapeerd op de grond ga zitten omdat het telkens in de knoop gaat, of nog veel erger, het hangt en dan ineens doen ze het niet meer. Mijn moeder is al een aantal jaren vervloekt. Elk jaar nieuwe lampen, elk jaar kapotte lampen en een half donkere kerstboom. Ik zit altijd onder de uitslag van die rotboom en mijn standaard met ducktape is al jaren kapot en lekt water. Ik vertik het om voor die paar weken een nieuwe standaard te kopen met als gevolg dat ook dit jaar de boom met touwen aan de gordijnhaken hangt (maar je ziet er niets van hoor).
Maar.. ik kan je vertellen dit jaar hing bij mij alles er zo in en ik had niet eens uitslag. Ik was helemaal in mijn nopjes en niet hysterisch en chagrijnig als voorgaande jaren.
Mijn moeder daarentegen heb ik door het plafond horen schelden en tieren en de kerst cd mocht ook niet meer op, nee zij had weer last van de kerstlampjes-die-net-als-je-klaar-bent-uitgaan vloek.
Ik kom naar beneden en zeg: 'Nou mam, ik ben gewoon al helemaal klaar! Voor het eerst heb ik er lol in gehad hoe vindt je dat? O, ik zie dat het bij jou weer niet wil?' Met een rood hoofd en een nijdige blik kijkt ze naar me: 'Ik gooi dat ding uit het raam, ben er helemaal klaar mee, weer die *piep* lampen kapot ik word er niet goed van!'.
Gezien de temperatuur buiten heeft ze daar maar even van geprofiteerd om af te koelen.
Op een gegeven moment werkten de lampjes weer en was de boom eindelijk versierd. Onze takken hingen ook weer vrolijk in het raam. Die van mijn moeder veel romantischer en correcter dan die van mij. Waar nu beneden een Charles Dickens sfeer heerst, is het boven één grote kermisattractie. Om mijn tak hangen zoals gewoonlijk fel oranje lampjes en er bungelen uiltjes aan. Mijn kitsch uiltje waar ik vorige week over heb verteld heeft ook een leuk uitkijkpunt gekregen op de tak.
Kijkend naar mijn boom en naar die van mijn moeder zag ik duidelijk dat ons karakter erin terugkwam. Ik ben eens naar buiten gegaan om in de buurt te neuzen naar bomen en hoe die versierd waren en wat voor mensen daarbij horen.
Hieronder vind je een lijst met mijn ontdekkingen, veel plezier met het ontdekken wat voor kerstboom type jij bent!
HET KRENTENBOOM TYPE:
![]() |
| Een typische krentenboom |
Herkenningspunten:
- Elk jaar hangt er meer in de boom
- Plastic versieringen (soms ook een nepboom!)
- Door alle versieringen erg druk en vol
Karaktereigenschappen:
Het krentenboom typje is zuinig. Heeft hij eenmaal iets gekocht dan gebruikt hij dat elk jaar weer. Als hij er iets bijkoopt moet ook dat weer in de boom. Niets blijft in de doos, dat is immers zonde. Hij is zuinig op zijn spullen/vriendschappen en verspilt niet snel. Hij laat zaken niet makkelijk los. Hij is creatief en dromerig.
HET KLASSIEKE BOOM TYPE:
![]() |
| Een echte klassieke boom |
Herkenningspunten:
- Netjes op orde
- Niet teveel poespas
Karaktereigenschappen:
Het klassieke boom type is stabiel, zonder al teveel pieken en dalen. Hij is nuchter en houdt niet van opsmuk. Hij kan wel wat saai zijn, aangezien hij graag stabiel blijft gaat hij ruzies uit de weg en extreme situaties. Een survivaltrip of bungeejumpen zit er voor dit aardse typje dan ook niet in.
HET PERFECTIONISTISCHE BOOM TYPE:
![]() |
| Perfecte op elkaar afgestemde boompjes |
Herkenningspunten:
- Perfect de kleuren op elkaar afgestemd
- Netjes verdeeld
Karaktereigenschappen:
Het perfectionistische boom type houdt van orde. Het is de perfecte medewerker. Ze willen alles tot in de puntjes geregeld hebben. Ze zijn trouw en verzorgen graag. Alleen al dat perfectionisme kan voor henzelf erg vermoeiend zijn. Spontaniteit zit er bij dit typje niet echt in.
HET IK BEN LUI-DIK-LELIJK BOOM TYPE:
![]() |
| Een lelijke boom |
Herkenningspunten:
- Het ziet er niet uit
- Je kan duidelijk zien: 'ik heb hier geen zin in'
- Te lui om de onderkant te versieren oftewel te lui om te bukken
- Bij elkaar geraapt zooitje
Karaktereigenschappen:
Het ik ben lui-dik-lelijk boom type is zoals de titel al doet vermoeden over het algemeen lui, dik en lelijk. Daarbij ook nog eens strontvervelend. Dit soort mensen zijn de slechtste werknemers en kun je beter nooit aannemen. Ze voegen niet veel toe en zijn erg egocentrisch. Ze kunnen ook nog eens gevaarlijk zijn of aan ernstige psychische afwijkingen lijden.
Ik denk dat ik niet hoef te vertellen bij wie ik deze kerstboom heb gezien.
HET MET DE FRANSE SLAG BOOM TYPE:
![]() |
| Franse slag werk |
- Binnen tien seconden versierd
- Het is er letterlijk ingekwakt
- Geen logica
Karaktereigenschappen:
Het met de Franse slag boom type is een levensgenieter. Alles op z'n tijd. Staat gemakkelijk in het leven en is geen ruziemaker. Je kan ontzettend met ze lachen maar er echt op bouwen is lastig. Afspraken komen ze moeilijk na.
HET CHARLES DICKENS BOOM TYPE:
![]() |
| Een Charles-ouderwets-Dickens boom |
Herkenningspunten:
- Veel glazen decoraties
- Ouderwetse uitstraling
- Mooie verdeling
Karaktereigenschappen:
Het Charles Dickens boom type houdt van gezelligheid. Is graag samen met familie en vrienden. Aan tafel eten vinden ze belangrijk en een knapperend openhaardje maakt voor hen een huis een thuis . Houdt van nostalgie maar leeft daarom nog wel eens wat teveel in het verleden.
HET IK DOE NIET AAN KERST BOOM TYPE:
Herkenningspunten:
- Heeft geen kerstboom
- Houdt niet van kerst
Karaktereigenschappen:
(geldt niet als het om geloofsovertuiging gaat uiteraard)
Het ik doe niet aan kerst boom type is een beetje knorrig. Hij is graag alleen en wordt graag met rust gelaten.
Zij kunnen goed zelfstandig werken maar hebben ook wel eens zelfmedelijden. Een flinke knuffel of kietelbeurt zou hem in kerstsferen kunnen brengen.
Er zullen vast nog andere types zijn (twijfel niet om een reactie achter te laten met nog een type die jij kent of misschien wel bent!).
Maar met deze lijst kun je mooi checken met wat voor mensen je te maken hebt deze kerst.
Bekijk dit jaar je boom eens anders en zie het als een weerspiegeling van je eigen karakter.
Kan best eens interessant zijn. Veel plezier deze kerst en succes met analyseren!
Hartelijke kerstgroeten,
Een overduidelijk krentenboom typje.
dinsdag 3 december 2013
Een enorme indruk
Zeventienduizend mensen.
Zeventienduizend mensen die allemaal voor hetzelfde komen.
Zeventienduizend mensen op een kluitje.
En ik stond ertussen.
Het was koud en klam in het zomerhuisje. Nu weet je ook waarom ze zoiets een zomerhuisje noemen. Desalniettemin is het één van de schattigste en meest knusse huisjes die ik ken. Ik kom er al sinds dat ik klein ben en ik hou ervan. Zo'n familiehuisje is een stukje nostalgie en het is een leuk idee dat je (overgroot)ouders daar ook al kwamen lang lang geleden.
Als het eenmaal warm is en je zit met een kop koffie op de bank naar buiten te gluren (en je ziet een eekhoorn, vogels en geen enkel mens) dan is dat genieten. Een douwe egberts-reclame momentje of unox.. die hebben ook altijd van die 'gezellige' reclames.
Door de kou hadden mijn moeder en ik wel zin in kerstsfeer. We zijn die maandag naar een heel groot tuincentrum geweest in de buurt van ons vakantiehuisje. Een tuincentrum met een parkeerterrein dat doet vermoeden dat het een pretpark is. Enorme aantallen Duitsers en Nederlanders die allemaal plantjes, kerstmannetjes met té irritante kerstliedjes en verlichting komen kopen.
Ik hou ervan. Dacht ik.
Eenmaal binnen kwamen 'oh the weather outside is frightful' en 'ho, ho, ho's' ons al tegemoet. Leuk voor twee minuten maar als je die hele winkel door bent (en da's een eind hoor) en je hoort iedere vierkante meter die deuntjes heb je zin om zo'n kerstman bij zijn baard te grijpen en hem eens flink in elkaar te beuken. Maar ja, dan moet je weer een schadevergoeding betalen en die geef ik liever uit aan een overheerlijk saucijzenbroodje in de snackhoek. In zo'n snackhoek heb je ook altijd een ballenbak, waar je dan je onkruid (de kinderen) neer kan planten zodat je zelf ongestoord verder kan snuffelen.
Onkruid kan erg leuk zijn maar het moet niet teveel woekeren. Gelukkig waren er die dag niet zoveel mensen dus ook niet veel onkruid. We konden mooi ongestoord ons saucijzenbroodje en aardbeiengebakje opeten om vervolgens onze tocht der kerstspullen voort te zetten.
Ik kocht een enorm fout schilderij, met LED-lichtjes erachter. Te leuk om te laten liggen. Kitsch kan erg leuk zijn, zeker met kerst.
Ik wilde ook graag een uiltje, dat wilde ik al heel erg lang voor op een tak in het raam (incluis foute fel oranje kerstlampjes, voor wie het is ontgaan, oranje is immers mijn lievelingskleur). Ik zocht en ik vond. Een prachtig wanstaltig uiltje compleet met plastic snavel en glazen oogjes. Na al het gejengel, getingel en geflikker liepen we voldaan de winkel uit. Het gevolg was dat we door alle indrukken (de grootste indruk hier is altijd de buurvrouw in haar kanariegele fleecetrui) helemaal gesloopt waren.
Ik viel zowat om van de moeheid en de eindeloze hohoho's die nog door mijn hoofd spookten.
En het was pas twaalf uur 's middags.
Die maandag was echt mijn dag. Dé reden dat we naar Nederland zijn gegaan.
Voor ongeveer twee uurtjes zijn we speciaal naar Nederland afgereisd.
Voor iets waar ik al sinds mijn veertiende groot fan van ben.
Het is de meest gehate band van de wereld; Nickelback.
In September was ik al naar ze toegeweest toen ze speelden in de Heineken Music Hall. Dit keer zouden ze optreden in het Ziggo Dome, Amsterdam. Samen met mijn broer en schoonzus ging ik er 's middags heen.
Het was koud, snijdende wind. Na wat uurtjes rijden kwamen we aan in Amsterdam. Die drukte vind ik eigenlijk maar niets. We parkeerden de auto en moesten nog een eindje lopen naar de Dome. Opeens zagen we honderden, nee, duizenden mensen als mieren bij elkaar staan, rijen dik. En dat allemaal voor het concert waar wij ook naartoe zouden gaan. Ik kreeg het er al benauwd van toen ik ernaar keek. We besloten om maar eerst een kroketje te halen en later terug te komen. We gingen een warme, benauwde patatkraam in en kwamen eruit met frikandellen speciaal en broodjes kroket. Gevolg was dat je hele gezicht begon te tintelen door het grote temperatuursverschil. Na lekker rustig te hebben gegeten besloten we maar weer eens een kijkje te gaan nemen bij al die mensen die al uren in de rij stonden.
Tot onze grote verbazing was iedereen al naar binnen en konden we zo doorlopen. Wij wilden toch achteraan staan.
We kochten veel te dure muntjes (biertje was iets van zes euro dertig) en genoten van het geweldige optreden. Zeventienduizend mensen in zo'n zaal gepropt en dat voor
een handjevol mensen die op het podium staan. Maar die mensen hebben teksten geschreven, nummers gespeeld die wat betekenen voor het merendeel van al die mensen. Zo ook voor mij.
Ik draai bepaalde nummers van hen als ik kwaad ben om me lekker op uit te leven, als ik vrolijk ben om me nog hysterischer te maken en als ik down ben en alleen wil zijn om toch een soort arm om me heen te voelen. En het is toch anders dan wanneer je ze op je radio hoort dan dat ze eigenlijk best dicht bij staan en live spelen. Dit ging dieper.
Na afloop kocht ik nog een tourshirt die als S nog steeds een XXL bleek te zijn en dus als slaapshirt gebruikt gaat worden. Poster onder de arm en vrolijk liepen we terug naar de auto.
Eenmaal bij mijn broer thuis doken we na even nakletsen met mijn moeder richting opklapbed.
Zeventienduizend mensen, meer dan twee uur rockmuziek van je lievelingsband en wat hoor je vlak voor je gaat slapen door je oren suizen? Juist, die vreselijke vent met die baard die ik gewoon in elkaar had moeten beuken in plaats van een saucijzenbroodje te kopen. Ho! Ho! Ho!
Zeventienduizend mensen die allemaal voor hetzelfde komen.
Zeventienduizend mensen op een kluitje.
En ik stond ertussen.
Het was koud en klam in het zomerhuisje. Nu weet je ook waarom ze zoiets een zomerhuisje noemen. Desalniettemin is het één van de schattigste en meest knusse huisjes die ik ken. Ik kom er al sinds dat ik klein ben en ik hou ervan. Zo'n familiehuisje is een stukje nostalgie en het is een leuk idee dat je (overgroot)ouders daar ook al kwamen lang lang geleden.
Als het eenmaal warm is en je zit met een kop koffie op de bank naar buiten te gluren (en je ziet een eekhoorn, vogels en geen enkel mens) dan is dat genieten. Een douwe egberts-reclame momentje of unox.. die hebben ook altijd van die 'gezellige' reclames.
Door de kou hadden mijn moeder en ik wel zin in kerstsfeer. We zijn die maandag naar een heel groot tuincentrum geweest in de buurt van ons vakantiehuisje. Een tuincentrum met een parkeerterrein dat doet vermoeden dat het een pretpark is. Enorme aantallen Duitsers en Nederlanders die allemaal plantjes, kerstmannetjes met té irritante kerstliedjes en verlichting komen kopen.
Ik hou ervan. Dacht ik.
Eenmaal binnen kwamen 'oh the weather outside is frightful' en 'ho, ho, ho's' ons al tegemoet. Leuk voor twee minuten maar als je die hele winkel door bent (en da's een eind hoor) en je hoort iedere vierkante meter die deuntjes heb je zin om zo'n kerstman bij zijn baard te grijpen en hem eens flink in elkaar te beuken. Maar ja, dan moet je weer een schadevergoeding betalen en die geef ik liever uit aan een overheerlijk saucijzenbroodje in de snackhoek. In zo'n snackhoek heb je ook altijd een ballenbak, waar je dan je onkruid (de kinderen) neer kan planten zodat je zelf ongestoord verder kan snuffelen.
Onkruid kan erg leuk zijn maar het moet niet teveel woekeren. Gelukkig waren er die dag niet zoveel mensen dus ook niet veel onkruid. We konden mooi ongestoord ons saucijzenbroodje en aardbeiengebakje opeten om vervolgens onze tocht der kerstspullen voort te zetten.
Ik kocht een enorm fout schilderij, met LED-lichtjes erachter. Te leuk om te laten liggen. Kitsch kan erg leuk zijn, zeker met kerst.
Ik wilde ook graag een uiltje, dat wilde ik al heel erg lang voor op een tak in het raam (incluis foute fel oranje kerstlampjes, voor wie het is ontgaan, oranje is immers mijn lievelingskleur). Ik zocht en ik vond. Een prachtig wanstaltig uiltje compleet met plastic snavel en glazen oogjes. Na al het gejengel, getingel en geflikker liepen we voldaan de winkel uit. Het gevolg was dat we door alle indrukken (de grootste indruk hier is altijd de buurvrouw in haar kanariegele fleecetrui) helemaal gesloopt waren.
Ik viel zowat om van de moeheid en de eindeloze hohoho's die nog door mijn hoofd spookten.
En het was pas twaalf uur 's middags.
Die maandag was echt mijn dag. Dé reden dat we naar Nederland zijn gegaan.
Voor ongeveer twee uurtjes zijn we speciaal naar Nederland afgereisd.
Voor iets waar ik al sinds mijn veertiende groot fan van ben.
Het is de meest gehate band van de wereld; Nickelback.
In September was ik al naar ze toegeweest toen ze speelden in de Heineken Music Hall. Dit keer zouden ze optreden in het Ziggo Dome, Amsterdam. Samen met mijn broer en schoonzus ging ik er 's middags heen.
Het was koud, snijdende wind. Na wat uurtjes rijden kwamen we aan in Amsterdam. Die drukte vind ik eigenlijk maar niets. We parkeerden de auto en moesten nog een eindje lopen naar de Dome. Opeens zagen we honderden, nee, duizenden mensen als mieren bij elkaar staan, rijen dik. En dat allemaal voor het concert waar wij ook naartoe zouden gaan. Ik kreeg het er al benauwd van toen ik ernaar keek. We besloten om maar eerst een kroketje te halen en later terug te komen. We gingen een warme, benauwde patatkraam in en kwamen eruit met frikandellen speciaal en broodjes kroket. Gevolg was dat je hele gezicht begon te tintelen door het grote temperatuursverschil. Na lekker rustig te hebben gegeten besloten we maar weer eens een kijkje te gaan nemen bij al die mensen die al uren in de rij stonden.
Tot onze grote verbazing was iedereen al naar binnen en konden we zo doorlopen. Wij wilden toch achteraan staan.
We kochten veel te dure muntjes (biertje was iets van zes euro dertig) en genoten van het geweldige optreden. Zeventienduizend mensen in zo'n zaal gepropt en dat voor
een handjevol mensen die op het podium staan. Maar die mensen hebben teksten geschreven, nummers gespeeld die wat betekenen voor het merendeel van al die mensen. Zo ook voor mij.
Ik draai bepaalde nummers van hen als ik kwaad ben om me lekker op uit te leven, als ik vrolijk ben om me nog hysterischer te maken en als ik down ben en alleen wil zijn om toch een soort arm om me heen te voelen. En het is toch anders dan wanneer je ze op je radio hoort dan dat ze eigenlijk best dicht bij staan en live spelen. Dit ging dieper.
Na afloop kocht ik nog een tourshirt die als S nog steeds een XXL bleek te zijn en dus als slaapshirt gebruikt gaat worden. Poster onder de arm en vrolijk liepen we terug naar de auto.
Eenmaal bij mijn broer thuis doken we na even nakletsen met mijn moeder richting opklapbed.
Zeventienduizend mensen, meer dan twee uur rockmuziek van je lievelingsband en wat hoor je vlak voor je gaat slapen door je oren suizen? Juist, die vreselijke vent met die baard die ik gewoon in elkaar had moeten beuken in plaats van een saucijzenbroodje te kopen. Ho! Ho! Ho!
![]() |
| LED schilderij, hoe kerstig wil je het hebben! |
dinsdag 26 november 2013
Nachtelijk avontuurtje
Afgelopen week was ik met mijn moeder een weekje in Nederland.
We hebben een zomerhuisje van onze familie in Twente waar we in kunnen als we in Nederland zijn.
Is wel zo lekker, dat je niet altijd verplicht bent om bij familie en vrienden te logeren. Niet dat dat niet leuk is maar het is ook lekker om even alleen te zijn. Zeker als je in la douce France woont waar alles lekker relaxed is (naja bijna alles dan) en je in het overvolle en drukke Nederland komt.
We zijn 's morgens vertrokken en negen uurtjes, drie plaspauze's, drie cd's van Christophe Maé en een aantal anderen later sta je voor het huisje. De reis ging eigenlijk best goed. Totdat het mistig en donker begon te worden. We zijn allebei zo nachtblind als een paard, ik nog wat erger dan mijn moeder. Zo zie ik een middenberm voor een rotonde aan, een hoop sneeuw voor een dooie kat (tranen sprongen me al in de ogen), een boom voor een zwijn, een rivier voor een weg en de weg voor een rivier. Ik zie de witte strepen niet en als ik een tegenligger heb kan ik niet zien of die op mijn of zijn eigen weghelft rijdt. Aangezien wij aankwamen op de dag van de intocht van Sinterklaas heb ik even een bijpassende zin bedacht. Luister goed naar wat ik zeg, ik met mijn uiterst goede ingebouwde tomtom (ahum) en nachtblindheid, brengen u altijd op weg (het is alleen de vraag welke weg).
Om maar aan te geven hoe erg het is gesteld met mijn nachtblindheid heb ik nog wel een leuk (najah het is maar wat je leuk noemt) verhaal. Ik was ooit met mijn moeder bij een Ladies Event, ik weet het vreselijke titel en zoals verwacht liepen er veel vrouwen, dames en mutsen rond.
Er was een Mini stand en we wilden wel graag een proefrit maken in een Countryman model.
Het was allang donker, maar agh zo erg is het nou ook weer niet, dacht ik.
Een erg leuke jongen ging met ons mee en we reden de bossen in. Toen we op de helft waren (ging allemaal prima) wisselden mijn moeder en ik. Ik zou het laatste stuk rijden over een zandpad.
Ik trapte flink het gas in en vond dat de vering het goed deed. De jongen vond het allemaal leuk omdat, mannen denken nou eenmaal zo, vrouwen vaak truttig rijden. Net toen ik dat beeld wat de man over de vrouw heeft qua autorijden aan het veranderen was, schreeuwde hij het uit: 'REM, REM, REM!'. Uit schrik trapte ik vol de rem in en gooide het stuur naar rechts. De uiterst leuke jongen keek niet meer zo leuk en zat met een bonzend hart en half hyperventilerend naast me. 'Wat doe je?' vroeg hij verschrikt en buiten adem. 'Sorry, ik ben een beetje nachtblind' was mijn nietsvermoedende reactie. Bleek dat ik met negentig kilometer per uur zo een hele drukke weg over wilde stuiven. Ik heb die hele weg niet gezien en kon gelukkig op het laatste nippertje het mooie kontje van de countryman naar rechs gooien. 'Vrouw aan het stuur bloed aan de muur' nee hè toch dat beeld niet kunnen veranderen. Vandaar dat de Mini geen countrywoman heet. De jongen was ergens geschokt anderzijds verscheen er toch een lichte glimlach op zijn gezicht. Maar of dat nou te maken had met dat hij zojuist was ontsnapt aan de dood of dat hij mij aardig vond, geen idee. Ik ga maar uit van dat laatste dat is nog altijd de meest positieve gedachte. Heel voorzichtig parkeerde ik de auto op het terrein en hij stapte snel uit. Ik heb hem maar bedankt voor de leuke en spannende proefrit. De rest van de avond heb ik met een rood hoofd rondgelopen en de mensen bij de mini stand kenden me aan het einde van de avond allemaal. Vast omdat ik zo aardig tegen ze deed!
Goed, mijn moeder reed door de mist en na een tijdje tuffen en ik na tien keer denken dat iets een rotonde was en hielp begeleiden waar we er nou af moesten ('nee dat is een berm, nee dat is een oprit, ja ik denk ook dat dat een afslag is') kwamen we eindelijk aan. Beiden aardig gesloopt, maar de auto was nog heel.
Koud dat het was! Kachel aan, senseo installeren, alle deuren open en straalkacheltjes aan om de klamte uit het huisje te halen.
Niets is lekkerder dan een elektrische deken, dat besef was er vrijwel direct na aankomst.
Wij zijn niet alleen beiden nachtblind, maar ook bang in het donker. Juist omdat we zo slecht zien en daardoor ons gehoor beter zijn best doet.
Wij horen altijd van alles en kunnen elkaar ontzettend bang maken. 'Hé zie ik daar nou wat in de bosjes?' 'Hoorde jij dat ook?' 'Wat was dat?' zijn de standaard vragen die wij elkaar stellen in het donker. Beiden hiervan bewust hebben wij deze vragen niet of nauwelijks aan elkaar gesteld.
Mijn broer houdt van een geintje en aangezien hij niet al te ver weg van dit vakantiehuisje woont hadden we van tevoren ons er al op voorbereid dat hij misschien 's nachts wel eens zou kunnen gaan rondspoken.
Op de ramen tikken, om het huisje lopen (lees: een houten huisje in het bos, absoluut geen vakantiepark ligging) of aan de deurklink rammelen.
We hadden het hem maar vast gezegd dat hij dat niet moest doen, wij zouden hem zonder twijfel neermeppen met een houten krukje, stofzuiger stang of wurgen met een BH. Tsjah, wie niet ziet in het donker gaat ook niet kijken wie het is natuurlijk.
Nou hadden wij het grote voordeel dat mijn broer ook erfelijk is belast.
We zouden hem van verre al aan horen komen omdat hij zou lopen te vloeken als hij tegen een boom aan zou lopen of met zijn hoofd tegen de deur zou knallen.
We hebben geslapen als roosjes.
Volgende week het vervolg op ons bezoek aan Nederland.
Deze sluit ik af met een wijze uitspraak:
Ze zeggen wel eens: 'wat je niet ziet, bestaat ook niet'. Heel gevaarlijk die uitspraak, is mijn ervaring. Nee om er toch maar een positieve draai aan te geven:
'Wil je 's nachts een leuk en spannend avontuur beleven? Dan moet je je naast iemand met nachtblindheid in de auto begeven'
We hebben een zomerhuisje van onze familie in Twente waar we in kunnen als we in Nederland zijn.
Is wel zo lekker, dat je niet altijd verplicht bent om bij familie en vrienden te logeren. Niet dat dat niet leuk is maar het is ook lekker om even alleen te zijn. Zeker als je in la douce France woont waar alles lekker relaxed is (naja bijna alles dan) en je in het overvolle en drukke Nederland komt.
We zijn 's morgens vertrokken en negen uurtjes, drie plaspauze's, drie cd's van Christophe Maé en een aantal anderen later sta je voor het huisje. De reis ging eigenlijk best goed. Totdat het mistig en donker begon te worden. We zijn allebei zo nachtblind als een paard, ik nog wat erger dan mijn moeder. Zo zie ik een middenberm voor een rotonde aan, een hoop sneeuw voor een dooie kat (tranen sprongen me al in de ogen), een boom voor een zwijn, een rivier voor een weg en de weg voor een rivier. Ik zie de witte strepen niet en als ik een tegenligger heb kan ik niet zien of die op mijn of zijn eigen weghelft rijdt. Aangezien wij aankwamen op de dag van de intocht van Sinterklaas heb ik even een bijpassende zin bedacht. Luister goed naar wat ik zeg, ik met mijn uiterst goede ingebouwde tomtom (ahum) en nachtblindheid, brengen u altijd op weg (het is alleen de vraag welke weg).
Om maar aan te geven hoe erg het is gesteld met mijn nachtblindheid heb ik nog wel een leuk (najah het is maar wat je leuk noemt) verhaal. Ik was ooit met mijn moeder bij een Ladies Event, ik weet het vreselijke titel en zoals verwacht liepen er veel vrouwen, dames en mutsen rond.
Er was een Mini stand en we wilden wel graag een proefrit maken in een Countryman model.
Het was allang donker, maar agh zo erg is het nou ook weer niet, dacht ik.
Een erg leuke jongen ging met ons mee en we reden de bossen in. Toen we op de helft waren (ging allemaal prima) wisselden mijn moeder en ik. Ik zou het laatste stuk rijden over een zandpad.
Ik trapte flink het gas in en vond dat de vering het goed deed. De jongen vond het allemaal leuk omdat, mannen denken nou eenmaal zo, vrouwen vaak truttig rijden. Net toen ik dat beeld wat de man over de vrouw heeft qua autorijden aan het veranderen was, schreeuwde hij het uit: 'REM, REM, REM!'. Uit schrik trapte ik vol de rem in en gooide het stuur naar rechts. De uiterst leuke jongen keek niet meer zo leuk en zat met een bonzend hart en half hyperventilerend naast me. 'Wat doe je?' vroeg hij verschrikt en buiten adem. 'Sorry, ik ben een beetje nachtblind' was mijn nietsvermoedende reactie. Bleek dat ik met negentig kilometer per uur zo een hele drukke weg over wilde stuiven. Ik heb die hele weg niet gezien en kon gelukkig op het laatste nippertje het mooie kontje van de countryman naar rechs gooien. 'Vrouw aan het stuur bloed aan de muur' nee hè toch dat beeld niet kunnen veranderen. Vandaar dat de Mini geen countrywoman heet. De jongen was ergens geschokt anderzijds verscheen er toch een lichte glimlach op zijn gezicht. Maar of dat nou te maken had met dat hij zojuist was ontsnapt aan de dood of dat hij mij aardig vond, geen idee. Ik ga maar uit van dat laatste dat is nog altijd de meest positieve gedachte. Heel voorzichtig parkeerde ik de auto op het terrein en hij stapte snel uit. Ik heb hem maar bedankt voor de leuke en spannende proefrit. De rest van de avond heb ik met een rood hoofd rondgelopen en de mensen bij de mini stand kenden me aan het einde van de avond allemaal. Vast omdat ik zo aardig tegen ze deed!
Goed, mijn moeder reed door de mist en na een tijdje tuffen en ik na tien keer denken dat iets een rotonde was en hielp begeleiden waar we er nou af moesten ('nee dat is een berm, nee dat is een oprit, ja ik denk ook dat dat een afslag is') kwamen we eindelijk aan. Beiden aardig gesloopt, maar de auto was nog heel.
Koud dat het was! Kachel aan, senseo installeren, alle deuren open en straalkacheltjes aan om de klamte uit het huisje te halen.
Niets is lekkerder dan een elektrische deken, dat besef was er vrijwel direct na aankomst.
Wij zijn niet alleen beiden nachtblind, maar ook bang in het donker. Juist omdat we zo slecht zien en daardoor ons gehoor beter zijn best doet.
Wij horen altijd van alles en kunnen elkaar ontzettend bang maken. 'Hé zie ik daar nou wat in de bosjes?' 'Hoorde jij dat ook?' 'Wat was dat?' zijn de standaard vragen die wij elkaar stellen in het donker. Beiden hiervan bewust hebben wij deze vragen niet of nauwelijks aan elkaar gesteld.
Mijn broer houdt van een geintje en aangezien hij niet al te ver weg van dit vakantiehuisje woont hadden we van tevoren ons er al op voorbereid dat hij misschien 's nachts wel eens zou kunnen gaan rondspoken.
Op de ramen tikken, om het huisje lopen (lees: een houten huisje in het bos, absoluut geen vakantiepark ligging) of aan de deurklink rammelen.
We hadden het hem maar vast gezegd dat hij dat niet moest doen, wij zouden hem zonder twijfel neermeppen met een houten krukje, stofzuiger stang of wurgen met een BH. Tsjah, wie niet ziet in het donker gaat ook niet kijken wie het is natuurlijk.
Nou hadden wij het grote voordeel dat mijn broer ook erfelijk is belast.
We zouden hem van verre al aan horen komen omdat hij zou lopen te vloeken als hij tegen een boom aan zou lopen of met zijn hoofd tegen de deur zou knallen.
We hebben geslapen als roosjes.
Volgende week het vervolg op ons bezoek aan Nederland.
Deze sluit ik af met een wijze uitspraak:
Ze zeggen wel eens: 'wat je niet ziet, bestaat ook niet'. Heel gevaarlijk die uitspraak, is mijn ervaring. Nee om er toch maar een positieve draai aan te geven:
'Wil je 's nachts een leuk en spannend avontuur beleven? Dan moet je je naast iemand met nachtblindheid in de auto begeven'
woensdag 13 november 2013
Kastanjes op de Harley
Wat is er ontzettend belangrijk in Frankrijk?
Juist; eten.
Veel eten. Vaak eten, met elkaar eten.
Eigenlijk iets dat wij Nederlanders niet zo goed kennen.
Ik heb een aantal Franse vrienden en als ik die vertel dat het in Nederland heel gewoon is om tussen de middag een half uurtje pauze te hebben en dan moederziel alleen in de kantine je plastic broodtrommeltje met Snoopy erop open te maken en daar een droge, bruine boterham met kaas uit te halen, kijken ze mij verbijsterd aan.
'Dat is toch geen eten?' krijg ik dan te horen. En ze hebben gelijk. Dat is namelijk vreten.
Ik weet nog goed dat ik twee jaar in een callcenter heb gewerkt. Dan moest je uitloggen en in je systeem invullen of je met pauze ging, of je naar de wc moest (roken in vele gevallen trouwens) of dat je je klant afhandelde in het systeem (maar dat mocht eigenlijk niet want je moest door, door, door!). Was je ingepland om twaalf uur voor je middagpauze dan werd je tot op de minuut in de gaten gehouden. Dat betekende klokslag twaalf uur je systeem op middagpauze zetten. Moest je naar de kantine lopen (drie minuten verder), je eten opeten (proppen) en weer terug (weer drie munten verder) eigenlijk had ik dus maar vierentwintig minuten om mijn uitgedroogde, geplette (ik heb altijd teveel rotzooi in mijn tas), kleffe bruine boterham naar binnen te werken. Moest ik tot tien uur 's avonds werken dan had ik ook maar een half uur, correctie; vierentwintig minuten, de tijd om mijn huzarenslaatje, kleffe hamburger-uit-de-magnetron-met-plastic-kaas én mijn cup-a-soup naar binnen te werken. Met als resultaat dat ik altijd misselijk was en vreselijk moest boeren. Gelukkig hadden we een mute knop op onze headset dus de klant kreeg er weinig van mee. En dan te bedenken dat de klanten met een overheidsdienst belde, ze moesten eens hebben geweten wat er allemaal achter de telefoon zat.
Hier hebben ze twee uur de tijd voor hun maaltijd. En die tijd nemen de meesten ook echt.
Velen eten warme maaltijden en meer dan eens met een alcoholische versnapering erbij.
Eigenlijk is dat toch veel beter voor je darmen (eh, even de alcohol daarbuiten gelaten)? Je neemt de tijd om te eten, je rust een beetje uit en kan daarna, wanneer de boel goed is gezakt, weer lekker aan de slag.
Je zit tenminste niet met die steen in je maag of zwaar boerend je werk te doen.
In Nederland eten veel mensen zelfs in hun auto, op de fiets of aan hun desk terwijl ze doorwerken.
Tijd is geld.
Brood eten ze hier ook, naderhand, om hun bord mee schoon te maken.
Nou eet ik ook nog steeds brood tussen de middag. Wel veel uitgebreider dan in Nederland. Lekker met kaas, ham en tomaat erop. Snufje peper, zout en een flinke pluk basilicum.
Daarna nog eentje met zoetigheid. Lekkere fruithagel uit Nederland of chocopasta.
Ja de broodbakmachine bij ons thuis mag elke dag zijn werk doen. Want van stokbrood raak je op den duur ook aardig verstopt.
Ik vind het bijzonder hoeveel eet feesten hier zijn. Enkelen van de velen die ik ben tegengekomen zijn onder andere; feest van het stokbrood, feest van de bramen, feest van de kreeft en feest van de kastanje.
En er komt echt veel volk op af.
Wij zijn laatst naar het feest van de kastanje geweest en het was filerijden.
In een gehucht waar nooit wat te doen valt waren tientallen kraampjes en heel veel eettentjes. Honderden mensen waren er en de auto's stonden her en der geparkeerd. Logica was er niet. Op den duur was alles zo vol geparkeerd dat de wegen automatisch éénrichtingswegen werden. Mocht iemand het dan toch proberen kon die mooi terug de steile helling op in z'n achteruit.
In Nederland zou dat ondenkbaar zijn. Meerdere feesten meegemaakt en zelfs op het platteland (ja stadsmensen zijn nou eenmaal gehaaster, sorry) waren er irritaties, toeter- en scheldpartijen.
Hier niets daarvan. Mensen zwaaien en lachen vriendelijk. Er liepen mensen met kinderwagens en die tilde ze gewoon over de auto's heen als ze er niets langs konden.
Sommigen kwamen weer een bekende tegen en geneerde zich niet de auto maar even stil te zetten, uit te stappen en elkaar even een begroetingskus te geven. Een tafereel dat ik overigens hier praktisch dagelijks zie en wat ik heerlijk vind. En waar ikzelf inmiddels ook al aan meedoe.
Goed, terug naar de kastanjes.
Tassen en manden vol werden er meegenomen. Er werden dingen bereid met kastanjes en het was een schilderachtig tafereel. Al die kraampjes met op de achtergrond de bergen. Mannen die eruit zien alsof ze bij de meest ruige motorclub zitten (gespierd en onder de tattoo's) en met een roze tasje lopen gevuld met kastanjes en in de andere hand een worst. Ik zie dan al helemaal voor me dat ze op hun Harley naar huis rijden en vervolgens thuiskomen met hun roze tasje. Hun vrouwen wachtend met smart en dat ze samen boven een vuurtje de kastanjes gaan poffen in hun lederen outfit mét zonnebril en kisten.
Mijn fantasie slaat weer eens op hol en ik krijg daardoor een ingenieus idee.
Misschien zouden we in Nederland ook eens aan echte eet feesten moeten doen.
Maar dan niet voor kleffe, droge bruine boterhammen of bramen met hondsdolheid. Kreeften zijn ook niet aan mij besteed en kastanjes lust ik niet.
Nee als ik het voor het zeggen had zou ik voor het Nederlandse volk het feest van de stroopwafel invoeren en voor mijzelf: het feest van de boterhamworst.
maandag 4 november 2013
Meer dan vijftig tinten grijs
Een paar huizen verderop woonde een echtpaar, een echtpaar met duistere, donkere plannen.
Waar niemand wat van af wist. Tot die ene dag...
Het huis ligt pal aan de straat.
Het heeft een gelakte houten deur met een raampje en van dat tralies vlechtwerk ervoor.
Een gouden knop die inmiddels al zo vaak is gebruikt dat het goud er lichtjes afbladderd en je er een grijze waas doorheen ziet.
Je komt binnen in een smalle, donkere hal. Op een tafeltje staat een uitgedroogd en uitvallend bloemstuk.
De muren zijn bekleedt met bloemetjes behang. Bruin uitgeslagen, waarschijnlijk van de potkachel en de vele sigaretten die er zijn gerookt. Op de vloer ligt zalmroze vloerbedekking met slijtageplekken. Je ziet de wit-gele weefsels er dwars doorheen komen.
Links is de keuken, ouderwets. Zwart witte tegeltjes en een kantine keuken (oftewel simpel en goedkoop en een beetje viezig). Door het woeste groengebloemde behang doet de keuken ontzettend vol aan ondanks dat er maar een klein rond tafeltje in het midden staat en twee stoeltjes, verder staat er helemaal niets.
De kamer achter de keuken is de slaapkamer. Geel geribbeld behang, groene vloerbedekking en een antiek uitziend eiken bed compleet met wit gehaakte sprei.
Een kleine lichtroze toilet en een bruine badkamer aangrenzend aan de slaapkamer. Als je van de keuken terug de gang in gaat is aan de overkant het kleine woonkamertje. Een bruin lederen bank die al vele rimpels telt en al aardig is uitgezakt. Een salontafel met een stenen ronde asbak, ha, er werd inderdaad gerookt! Op een klein tafeltje een ouderwetse beeldbuis. Er staat nog een eiken kast in de kamer met crèmekleurig serviesgoed erin.
Het huis is te koop.
Uit nieuwsgierigheid en aangezien ik sinds kort in de makelaardij zit besloot ik er eens een kijkje te nemen.
Muf was het eerste woord dat in mij opkwam toen ik daar naar binnen stapte.
Toen ik alles had bekeken en door de slaapkamer terugliep zag ik iets onder het bed uitsteken. Een kistje.
Ik ging op mijn knieën zitten op de groene vloerbedekking en keek onder het bed, trok het kistje eronder vandaan. Met mijn hand veegde ik er een laag stof af. 'Mémoires' stond in het mahoniehouten kistje gekerfd. Er zat geen slotje op, alleen een lipje zoals op een sigarenkistje. Jemig kan ik dit wel open maken dacht ik bij mezelf. Najah geen haan die ernaar kraait en ik ben nou eenmaal erg nieuwsgierig.
Het deksel zat wat vastgeplakt aan de bodem toen ik hem open wilde maken dus ik deed voorzichtig mijn nagels in de richel.
Hij schoot open en ik zag een stapel brieven en een aantal foto's.
Ja hoor, ik ben beland in het privéleven van de voormalige bewoner of bewoonster van dit huis. Het enige dat ik wist was dat er een echtpaar had gewoond en dat het huis met inboedel verkocht moest worden. Niemand die dus dit kistje belangrijk vond. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en pakte een brief. Met een schitterend aan-elkaar-geschreven handschrift las ik de eerste woorden: 'Chère Céline,....'
Ik las verder en de meest prachtige poëtische teksten stonden in de brief. Liefdesverklaringen en stiekeme ontmoetingsplekken. Ik keek eens goed naar de brief en zag dat deze als jaartal 1942 had.
Ik vond zwart-wit foto's met barstjes erin, hoekjes omgevouwen. Eén van een jonge vrouw, donkergolvend haar en een bleke huid, een lichtgekleurde jurk met roesjes aan de onderkant. Een andere van een jongeman met lichtgekleurd haar stijl achterover gekamd, een ondeugende blik in zijn ogen met een sigaret in zijn mond, geruit overhemd, donkere broek en bretels.
Ik voelde me er toch wat onprettig bij en pakte de brief die ik had gelezen en pakte de rest van de stapel en wilde de brief achter het elastiekje schuiven om hem bij de andere, waarschijnlijk liefdes-, brieven te voegen. Toen viel er een kettinkje tussen het pak papier uit op de bodem van het kistje.
Een zilveren ketting met een rond medaillon. Ietwat twijfelend pakte ik de ketting op en zag dat het medaillon open kon. Nagel ertussen en hij viel open. Er zat een klein fotootje aan de linkerkant, overduidelijk de twee mensen die ik eerder op de andere foto's had gezien. Aan de andere kant zat een foto van twee handen in elkaar gevouwen. Ik knipte hem dicht en keek op de achterkant, daar stond gegraveerd: 'C & L pour toujours'.
Wauw. Zoiets kan ik toch niet zomaar terugzetten en het risico lopen dat de koper van dit huis het weggooit? Al die mooie brieven, hun liefdesleven, hun verlangens naar elkaar, hun gemis, hun zorgen die ze uitspreken over de oorlog en hun toewijding naar elkaar... dit kan ik niet laten gebeuren.
Ik moest erachter zien te komen wie deze mensen waren.
Ik fantaseerde al erop los wat een romantische tijd dat moet zijn geweest voor die mensen. Zag beelden voor me met stiekeme ontmoetingen in het bos, handjes vasthouden en dan eindelijk een kus (tegenwoordig worden die eerste zaken eigenlijk allemaal overgeslagen lijkt wel). Plots plofte mijn wolkje uiteen...wie weet waren ze al jaren uit elkaar. Of hadden ze een vechtscheiding achter de rug. En als ik naar hen keek op de fotos leken ze daar al twintigers dus misschien waren ze allang dood. Natuurlijk zijn ze dood anders staat dit huis ook niet te koop.
Een brok in mijn keel. Bah.
Ik liep door het dorp met het kistje terug naar huis. Thuis besloot ik hem in de kast te bewaren en was vastbesloten erachter te komen van wie het was.
Mochten ze niet meer leven had ik het idee hem te begraven, ik vond het raar om dit aan eventuele kinderen te geven. Misschien stonden er ook wel privé dingen of geheimen in. De eigenaar had het allang overgedragen aan erfgenamen als diegene dat had gewild.
Ik zat bij de kapper en besloot (aangezien een kapper alles weet, althans, dat zeggen ze altijd) te vragen wie er in dat huis hadden gewoond. 'Oh, dat waren Céline en Ludovic' zei de kapper. C&L pour toujours, dus toch!
'Hij heeft zes maanden geleden zijn heup gebroken en kon niet meer terugkeren naar huis en is in een bejaardentehuis gestopt. Zijn vrouw was licht dementerend en kon daar ook niet alleen blijven, haar zoon heeft zich over haar ontfermd maar die kan dit ook niet langer aan, voor haar zoeken ze nu ook een tehuis'.
'Kunnen ze niet samen dan?'.
'Nee, proberen ze wel maar kans is groot dat dat niet gaat lukken. Waarom wil je dat weten?'
'O, gewoon'.
De kapper vervolgde de roddels over andere buurtgenoten en knipte er driftig op los.
Ze leven dus nog.
Na een paar dagen liep ik met de hond weer langs het huis met het te koop bord voor de luiken.
Ik stond even stil en voelde me al dagen naar na dit verhaal. Twee mensen die al zo lang bij elkaar zijn, die ruk je toch niet uit elkaar op het eind?
Plots stond een buurtgenoot naast me. 'Heb je het al gehoord?' zei hij.
'Wat?'
'Ze zijn weer samen. Ze hebben haar in de kamer naast hem kunnen plaatsen.'
'O, wat fijn voor die mensen'
Geen idee waarom hij mij dit verhaal vertelde, misschien had hij mijn interesses wel weer gehoord van de kapper en dat hij het daarom maar kwam melden.
Mijn hart maakte een vreugdedansje.
Ik vroeg hem in welk tehuis ze verbleven en besloot diezelfde middag het kistje af te leveren.
Na een half uurtje rijden zag ik de witte muren van het bejaardentehuis al in de verte.
Er was zat parkeerruimte en ik had het kistje in een dekentje gepakt. Zulke herinneringen moeten gekoesterd en warm gehouden worden was mijn nogal zoetsappige idee erachter.
Door glazen schuifdeuren kwam ik binnen in een grote hal met gladde, glanzende witte tegels.
Een vrouw achter de balie keek vriendelijk naar me en knikte.
Ik liep naar haar toe en zei dat ik Ludovic en Céline zocht, ze zouden hier onlangs zijn komen wonen.
Gelukkig vroeg ze niet naar de achternaam (wist ik natuurlijk ook niet) want ze wist direct over wie ik het had.
'Ogh, die twee lastpakken... ja die man is hier een half jaar geleden komen wonen en zij sinds kort. We hebben al heel wat met die oudjes te maken gehad. 91 en 94 maar ze gedragen zich als pubers.' Ze zuchtte, rolde met haar ogen en zei 'Derde verdieping, kamernummers 314 en 315, eh wie bent u eigenlijk?'
'Een ver familielid' zei ik vastberaden.
Ik liep naar de liftdeuren, drukte op het knopje en binnen een paar tellen gingen de deuren open. Tl-balk boven mijn hoofd, een klein bankje (wel zo handig met die oudjes) en een spiegel. Ik keek mezelf aan in de spiegel. Onder mijn arm een dekentje met daarin een liefdesleven dat al meer dan zeventig jaar teruggaat.
De lichtgevende cijfers boven de deur springen op de drie en de deuren gaan open. Ik stap uit de lift en kijk een lange gang in, rijen tl-balken boven mijn hoofd en er hangen wat kunstwerken aan de muur. Groene vloerbedekking met cirkels erop. Ik kijk naar de bordjes in de lucht en zie staan 300-315 met een pijl naar rechts. Ik sla het gangpad in en er staat een verzorgster aan het einde van het pad. Daar zie ik boven de deur 315 staan. Ze kijkt me aan en lijkt uitgeblust en wil overduidelijk mij vertellen waarom.
'Die oudjes. Ze worden met de jaren ondeugender. Ze mogen niet bij elkaar op de kamer, ik heb het ze al tien keer verteld en al tien keer uit elkaar gehaald overdag. Zaten ze elkaars eten op te eten enzo, dan kunnen wij niets meer controleren, gek wordt je ervan!' ze zucht en ziet er bezweet uit.
'Maar wat ze vannacht geflikt hebben slaat echt alles..' ze kijkt nog uitgebluster.
'Oh ehm nou ik ehm kwam eigenlijk alleen even..' ze onderbreekt me en gaat direct verder waar ze gebleven was.
'Ik moest haar vanmorgen vroeg wassen en ze is dementerend, kom ik in haar kamer is haar bed dus gewoon leeg hè en het was overduidelijk dat er niemand in had gelegen. Haar pyama was weg en haar pantoffels stonden er nog. Ik overal kijken, geen Céline. Ik in alle staten; in het restaurant gezocht, de gymruimte, de koffieruimte, de biljartkamer, bij de bar want ze lust ze graag maar niets hoor. Ik als de dood dat ze ongemerkt de straat op zou zijn gegaan met haar verstrooide hoofd. Komt een andere verzorgster naar mij toe in alle staten. Hoofd van de afdeling erbij en wat denk je?'
'Ja, eh geen idee!' zei ik met allemaal beelden in mijn hoofd van een 94-jarige vrouw in pyama zonder pantoffels met een glas bier in haar hand.
'We gingen terug naar boven en bij 315 gooide mijn collega de deur open. En wat denk je? Liggen ze samen in bed! Lepeltje-lepeltje te snurken met z'n tweeën. Op een matras van tachtig centimeter breed. Ongelofelijk waar ze het lef vandaan haalt. En dacht je dat ik haar bij hem weg kreeg?'
Ik kon mijn lach bijna niet bedwingen en keek haar zo begripvol mogelijk aan al leek het waarschijnlijk meer op dat ik buikkramp had.
Ze keek me aan en slaakte een zucht. 'Tsjah, zo zie je maar hè, je bent gewoon een voetveeg en die oudjes steken de gek met je aan. Vreselijk'. Al mopperend pakt ze een schoonmaakemmer en loopt in snelle korte passen door de gang.
Ik zag dat de deur van 314 een klein kiertje open stond. Ik besloot het kistje met dekentje snel om de hoek in de kamer te zetten. Ik had al genoeg van hun privéleven gezien.
Ik voelde me blij en opgelucht. Er kwamen beelden in mijn hoofd van twee rimpelige lijfjes in flanellen pyama in een veel te klein bedje. Hij met zijn ondeugende blik kijkend naar haar golvende haren terwijl hij achter haar ligt. En zich nergens wat van aantrekken.
Ja, daar krijgen ze het nog druk mee met die twee. Heerlijk.
Pour toujours; hiervan is geen woord gelogen.
Abonneren op:
Posts (Atom)













